Met THE CONJURING maakte James Wan iets bijzonders: een subtekstvrije spookfilm. Zijn spoken staan niet symbool voor trauma’s, onderdrukte gevoelens of sociale veranderingen, zoals in bijvoorbeeld THE HAUNTING, THE INNOCENTS en de POLTERGEIST-films. Ze zijn er om je te laten schrikken, meer niet. Daar is op zich niets mis mee, zolang er een filmmaker met Wans begrip voor stijl en spanningsopbouw aan het roer staat. Dat was helaas niet bij alle vervolgen en spin-offs van Wans hit het geval.
Neem bijvoorbeeld THE CURSE OF LA LLORONA, THE CONJURING: THE DEVIL MADE ME DO IT en THE NUN II, alledrie van Michael Chaves (die nog geen speelfilm buiten het CONJURING-universum heeft gemaakt). Niet best ontvangen, maar wel kassuccessen, dus Chaves mocht wederom op de regiestoel plaatsnemen voor wat aangekondigd is als het laatste avontuur van spokenjagers Ed en Lorraine Warren (Patrick Wilson en Vera Farmiga). Het scenario is van Ian Goldberg, Richard Naing (beiden THE NUN II) en David Leslie Johnson-McGoldrick (THE CONJURING 2, THE CONJURING: THE DEVIL MADE ME DO IT).
Het is 1986 en de Warrens zijn over hun hoogtepunt heen. Ze vullen hun tijd met lezingen over demonenuitdrijvingen voor een klein publiek. “So, are you like the Ghostbusters?” wordt ze gevraagd. De CONJURING-films hebben inderdaad veel gemeen met de GHOSTBUSTERS-reeks: vanwege de platte benadering van spoken is er ook geen persoonlijk inzicht nodig om ze onschadelijk te maken. Kennis van uitdrijvingsrituelen is genoeg. Met de juiste katholieke teksten weten de vrome christenen de klus altijd wel te klaren.
In dit geval draait het om de familie Smurl, die last heeft van een behekste spiegel in hun huis. Mike Flanagan liet met OCULUS zien wat je met dat concept zoal kunt doen, maar Chaves verrast door de mogelijkheden juist niet uit te buiten. Die spiegel is het artibraire object waardoor allerlei enge figuren gekke bekken komen trekken in huize Smurl.
De jumpscare-formule heeft Chaves inmiddels wel onder de knie. Wie er gevoelig voor is zal ook in deze film een paar keer goed schrikken van grijnzende mafketels. Ik zal niet ontkennen dat twee van die momenten ook op mij het gewenste effect hadden. Maar de invloed van een jumpscare is snel uitgewerkt, en Chaves en de scenaristen weten nog altijd niet hoe ze een scène na zo’n griezelshot moet vervolgen.
De mogelijkheid voor boeiend drama rond de familie Smurl blijft onbenut, waardoor de film elk moment dat er geen spoken en demonen aan de gang zijn gewoon saai is. Er zit geen spanning in de vraag hoe het kwaad uiteindelijk verslagen wordt, omdat het bekende antwoord zo eenvoudig is: Jezus redt. Volgens de echte, in 2019 overleden Lorraine Warren is een gebrek aan geloof de belangrijkste reden voor de intrede van demonen in een huis. Zo letterlijk wordt dat in de CONJURING-films niet gezegd, maar er hangt wel een onaangename religieus-conservatieve zweem rond de reeks. De gezinsorde moet hersteld worden – al staat die in LAST RITES überhaupt nauwelijks op het spel. Niet bij de Smurls en niet bij de Warrens. In een subplot krijgen Ed en Lorraine zelfs te maken met een brave borst die hun dochter ten huwelijk wil vragen, maar natuurlijk niet zonder hun toestemming.
LAST RITES ziet er sjiek uit, met lekker warme kleuren en sfeervolle belichting, zoals we van de reeks gewend zijn. Enkele Spielberg-achtige longtakes (knap én functioneel!) duiden op Chaves’ ambitie. Zijn spelletjes met negatieve ruimte doen soms denken aan HEREDITARY. Misschien heeft Chaves een sterke film in zich zitten als-ie het CONJURING-keurslijf achter zich laat.