Er zijn zes EVIL DEAD-films, en geen ervan is slecht. Dat is alvast noemenswaardig: over hoeveel horrorreeksen kan zulks gezegd worden? Natuurlijk zijn de eerste en vooral de tweede nooit overtroffen, maar deze eeuw zagen we een zeer verdienstelijke remake en het aardige EVIL DEAD RISE, die zich beiden meer op intens geweld en minder op humor richten dan Sam Raimi’s vervolgen. EVIL DEAD BURN is gruwelijker, grappiger en griezeliger dan z’n directe voorganger.
Na een veelbelovende proloog neemt regisseur Sébastien Vaniček even gas terug om ons te introduceren aan de personages die we het komende anderhalf uur door een hel zullen zien gaan. De Franse Alice (Souheila Yacoub) verhuisde naar de VS voor haar man Will (George Pullar), die meteen duidelijk neergezet wordt als dominante klootzak. Dan zijn er zijn softe broertje Joseph (Hunter Doohan) en diens vriendin Thya (Luciane Buchanan). Vaniček doet langer dan noodzakelijk over het schetsen van de dynamiek.
Net als het allemaal wat vervelend dreigt te worden, rijdt Will godzijdank een deadite aan. Wie EVIL DEAD RISE nog vers in het geheugen heeft herkent Jessica, maar als dat je niets zegt is het geen enkel probleem; zoals alle EVIL DEAD-vervolgen is BURN prima op zichzelf te kijken.
De deadite verzoekt Will vriendelijk doch dringend haar naar zijn familie te leiden. Want wat blijkt: opa deed onderzoek naar occulte zaken en kwam zodoende in het bezit van iets wat de deadites graag terug zouden willen. De makkelijkste manier om de hele familie bij elkaar te krijgen is Will te doden.
Op zijn bijzonder slecht bezochte uitvaart maken we kennis met Wills ouders (Erroll Shand en Tandi Wright), die de indruk wekken ook vóór de dood van hun zoon niet het gelukkigste stel ter wereld geweest te zijn, en zijn dementerende oma (Maude Davey), die vooral voor de komische noot zorgt. Het hele stel vertrekt naar het oude huis van opa, ergens in de bossen. Aldaar loopt een etentje uit de hand door onderlinge spanningen; vooral Alice moet het ontgelden bij de ouders van wijlen haar echtgenoot.
Met sadistisch genoegen rekt Vaniček de scène zo lang mogelijk, terwijl hij de elementen introduceert die een rol gaan spelen bij de onvermijdelijke explosie: een wijnfles, een vork, een om eten bedelende hond. We wachten grijnzend op wat komen gaat. Als het horrorfestijn eenmaal losbarst en de familieleden een voor een bezeten raken, kennen we de personages goed genoeg om te begrijpen dat hun deadite-versie een groteske karikatuur is van hun menselijke persoonlijkheid.
De Franse Vaniček debuteerde in eigen land met INFESTED / VERMINES (2022), een prima spinnenhorrorfilm die beter gebruik maakte van het concept ‘monsters in een flatgebouw’ dan EVIL DEAD RISE. Begrijpelijk dus dat Sam Raimi hem benaderde voor het volgende deel in de reeks die hij 45 jaar geleden begon, en waarbij hij nog altijd als producent betrokken is.
Vaniček brengt een Franse ambiance mee naar EVIL DEAD. Niet alleen door de aanwezigheid van (de eigenlijk Zwitserse) Yacoub als Franse immigrante die om moet zien te gaan met haar Amerikaanse schoonfamilie (horror!). Het brute, soms verrassend realistische geweld doet in z’n intensiteit denken aan de stroming die door niet-Fransen New French Extremity genoemd wordt, films als HAUTE TENSION en À L’INTÉRIEUR.
Echt eng wordt EVIL DEAD BURN niet voor de gevorderde horrorfan. Daarvoor voelen de capriolen van de deadites inmiddels te vertrouwd. Vaniček haalt echter beklemming uit andere bronnen. Hij schakelt snel heen en weer tussen familiedrama, zwarte komedie en (natuurlijk vooral) gruwel, en toont zich in al die categorieën bekwaam. Zijn stijl is grauw en somber, maar het filmplezier spat soms van het doek. De technisch indrukwekkende long takes zijn niet alleen een kwestie van ‘kijk mij eens’: ze dienen een spanningsverhogende functie.
Zal de EVIL DEAD-reeks ooit nog zo’n fenomenale film opleveren als de eerste twee? Dat hoeven we niet te verwachten. Maar als de reeks zo doorgaat, kunnen we tevreden zijn met op z’n tijd een lekker gemeen stuk Grand Guignol.
