Een wanhopige conquistador, een cynische schrijver, een Ierse heks en een moord. Dat zijn de hoofdingrediënten van de nieuwe film van Damian McCarthy, die met HOKUM rustig verder bouwt aan zijn unieke hoekje in het huidige horrorlandschap.
Voor wie CAVEAT en ODDITY, de eerste twee films van de Ierse McCarthy, niet gezien heeft, eerst even een waarschuwing. Of eerder gezegd, een goedbedoeld advies. HOKUM is wederom spokenhorror, maar geen jumpscarefestijn à la de CONJURING-films. Geen bier met shotjes, maar een bel met oude maltwhisky die je rustig moet nippen. McCarthy’s films maken veel gebruik van stilte, dus ze laten zich het beste kijken in een wat intiemere filmzaal zonder krakende chipszakjes.
HOKUM opent gelijk sfeervol, met een woestijnscène die zijn inspiratie lijkt te hebben gevonden bij Jodorowsky’s EL TOPO. We blijken in het hoofd te zitten van Ohm Bauman (Adam Scott), een succesvol Amerikaans schrijver met een writer’s block. Bauman heeft overduidelijk THE SHINING en BARTON FINK nooit gezien, want hij vertrekt naar het favoriete hotel van zijn ouders in Ierland om daar in de buurt hun as te verstrooien. Wie weet vindt hij er ook nog inspiratie!
Veel kijkers vergeleken McCarthy’s vorige film ODDITY qua sfeer, inhoud en stijl met de klassieke Britse portmanteauhorrors van Amicus, waarin veelal vervelende protagonisten een huiveringwekkend lesje leren. Ook HOKUM lijkt die kant op te gaan, want onze ‘held’ presteert het binnen een paar minuten de voltallige Ierse hotelcrew te beledigen of af te blaffen. Alleen met barvrouw Fiona (Florence Ordesh) klikt het enigszins. Als zij Ohm vertelt dat er één kamer in het hotel is waar het spookt, spitst hij de oren. Big mistake.
Zoals gezegd is HOKUM een film die genipt moet worden als een fijne whisky, dus meer vertellen zou zonde zijn. Want zelfs als het lijkt alsof McCarthy halverwege de film al zijn kaarten op tafel gooit, moet het echte gegriezel dan nog beginnen. Daarbij komt het op Scott aan om het geloofwaardig te maken, en hij doet dat subliem.
Waar personages in vergelijkbare horrorsituaties constant tegen zichzelf lullen, dertig keer ‘oh my god’ roepen of bijdehante opmerkingen maken, acteert Scott in bijna totale stilte. Natuurlijk schrikt of scheldt hij soms, maar hij gedraagt zich zoals… nou ja, zoals een mens in de echte wereld dat zou doen, mocht daar werkelijk een spookhotel bestaan. Want uiteraard is er over die spoken niets gelogen door Fiona.
De arrogante Bauman leert tenslotte een lesje, dat is geen spoiler. Maar misschien niet op de manier waarop je zou denken. McCarthy geeft Ohm een wijze raad mee waar ook veel scenaristen van bier met shotjes-horrorfilms iets van kunnen leren. Heb respect voor alle personages die je schrijft, geef ze allemaal een functie in het raderwerk van je verhaal. Geef zelfs het kleinste bijrolletje een zin of twee in de mond die zinvol is voor het grotere geheel.
Een goed verteld verhaal moet je kunnen ruiken en proeven. Die instelling is niet zo vreemd, want McCarthy komt zelf ook uit Ierland, het land met een eeuwenlang traditie van mythes, folklore en verhalen vertellen. Het is tekenend dat hij Ohm in een vroege scène een ouwe Ier de les laat lezen, terwijl deze twee kindertjes een doodeng spookverhaal vertelt. Pas als de Amerikaan zelf het hoofdpersonage van zo’n verhaal wordt, begint Bauman het licht te zien. Maar dan moet hij het eerst wel zien te overleven.
