De liefhebber van knotsgekke Japanse cinema kan tijdens Camera Japan terecht bij bioscoop LAB111 in Amsterdam voor de genremengelmoes THE KILLER GOLDFISH.
Regisseur Yukihiko Tsutsumi heeft een aanzienlijk aantal films achter de rug, maar is relatief onbekend gebleven bij het internationale publiek. Zijn bekendste twee films, 2LDK (2003) en 12 SUICIDAL TEENS (2019), balanceren knap tussen geweld en zware thematiek aan de ene kant, en humor aan de andere kant. Zijn nieuwste film leunt meer op de komedie, met wisselend resultaat. Weinig films trappen in de eerste vijf minuten zo hard op het gas als THE KILLER GOLDFISH. Na het zien van een mysterieus teken op straat verandert een kale Japanse zakenman in een langharige neanderthaler. Daarna volgen geanimeerde segmenten, een sprong in de tijd van 52.000 jaar, en een archeologische opgraving van een dildo.
Na deze proloog neemt het tempo wat af, al blijven we aardig bizar. Detectives Yukine Tachibana (Yoshinari Takahashi) en Denzo Yamanaka (Genpachi Ikenami) zijn bezig met een reeks moorden waar het moordwapen keer op keer een goudvis was. De slachtoffers lijken te zijn doorboord door hun kleine huisdieren, al kunnen Tachibana en Yamanaka maar niet uitvogelen hoe de dader de beestjes zo hard heeft kunnen afvuren. Radeloos benaderen ze Erika Tamaki (Erika Oka), goudvissenexpert en lid van een speciale politiedivisie voor onverklaarbare zaken. Erika komt meteen met een andere theorie. Wat als de vissen zowel wapen als dader waren, en hun eigenaren vermoorden als wraak voor hun verwaarlozing?
Het duurt even voordat THE KILLER GOLDFISH het publiek ook maar iets van uitleg gunt, en zelfs dan blijft Tsutsumi ver van de realiteit. Een sekte met bizarre maskers, magische standbeelden, teleportatie, telepathie en een geweldige parodie op reality-tv hebben allemaal op de een of andere manier met elkaar te maken. Erika begint te vermoeden dat de goudvismoorden verbonden zijn met een reeks vermiste studenten, een spoor dat leidt naar een professor in de communicatiewetenschappen (Yosuke Kubozuka) met een aparte theorie over de oorsprong van Japan. In de grappigste scène van de film verbindt de professor alle verhaallijnen aan elkaar met een verklaring die doet denken aan de meest belachelijke onthullingen van Dan Brown.
Hoewel alle twists heel vermakelijk zijn, laten de interacties tussen de hoofdpersonen te wensen over. De excentrieke Erika en de serieuze Yukine clashen natuurlijk meteen, maar hun confrontaties zijn half niet zo grappig als de film denkt. Alle acteurs en vooral Erika Oka maken er het beste van, maar de rivaliteit en daaropvolgende romantische spanning is te clichématig voor zo’n bijzondere film. Ook had Tsutsumi meer aandacht kunnen geven aan spanning; zelfs wanneer meerdere personages het loodje leggen slaagt de film er niet het gevoel over te brengen dat er iets op het spel staat. Dat is het gevaar van alles inzetten op absurditeiten: de paar serieuze scènes voelen compleet ongepast.
Het is goed om te weten dat THE KILLER GOLDFISH deel moet worden van een langere reeks, en dat het einde meer vragen oproept dan beantwoordt. Hoewel Tsutsumi’s humor zeker niet voor iedereen is weggelegd weet hij wel goed hoe hij nieuwsgierigheid opwekt in zijn publiek. Daarom is het te hopen dat hij een sequel of twee mag maken. En dat dan blijkt dat hij nog niet al zijn kruit verschoten heeft en dat de uiteindelijke conclusie de bizarre belofte van de proloog alsnog waarmaakt.