Van een iconische antagonist een boeiende protagonist maken is lastig. We kunnen ons allemaal nog wel ene Anakin Skywalker herinneren die vooral klaagde over zand in zijn onderbroek. Regisseur Dan Trachtenberg durft het desondanks aan in zijn derde PREDATOR-film.
Waar PREY (2022) en KILLER OF KILLERS (2025) nog de klassieke koers voeren, mens opgejaagd door monster, gaat bij PREDATOR: BADLANDS het roer om. De climax van KILLER OF KILLERS bracht ons al naar de thuiswereld van de yautja, zoals de predators ondertussen officieel heten, en dit nieuwste hoofdstuk vertelt het verhaal compleet uit perspectief van een van hen. Een interessante zet voor de zevende film in een achtendertig jaar oude franchise.
Dek (Dimitrius Schuster-Koloamatangi) is een jonge yautja die nog nooit op jacht is geweest. Hij is ook een beetje het onderdeurtje van de familie, en op een planeet waar het recht van de sterkste geldt heb je dan niet lang. Zijn vader had hem het liefst al in de kribbe gesmoord, maar Deks oudere broer Kwei heeft hem zijn hele leven de hand boven het hoofd gehouden. Dek wil dolgraag op jacht om zijn eerste trofee terug te brengen en eindelijk voor vol gezien te worden, maar pa heeft er genoeg van. Als Kwei weer ingrijpt loopt alles uit de hand, en moet Dek vluchten om in leven te blijven. Heel toevallig strandt hij op de plek waar hij toch al heen wilde: de planeet waar volgens overlevering het meest ondoodbare wezen in het universum leeft. En nee, niet de aarde en ook geen Keith Richards. Op de planeet Genna leeft de Kalisk, een wezen dat al menig jager het leven heeft gekost. Als het hem lukt om de schedel van dit monster mee terug te brengen moet zijn vader hem wel accepteren.
Dat dit alles een beetje overkomt als veredelde fanfictie is niet zo gek. De eerste tien minuten van BADLANDS, met zijn clichématige familiedynamiek, overdreven gewichtig taalgebruik, eindeloze exposé en overdadig gechoreografeerde vechtscène lijkt ook rechtstreeks uit een enthousiaste koortsdroom van een verstokte fanboy te zijn geplukt. Als dit nieuwe deel iets is, is het voor de fans. Gelukkig voor die fans heeft Trachtenberg met zijn vorige twee films al laten zien dat de PREDATOR-franchise bij hem in goede handen is.
PREDATOR is altijd een beetje het onaangepaste broertje van de jarentachtig-scifi-reeksen gebleven. Waar TERMINATOR en ALIEN als hoogopgeleide, gesjeesde techbro’s de kassa’s deden rinkelen met hun grensverleggende effecten, hoogdravende verhalen en grote budgetten, was PREDATOR die booskijkende nakomeling die na het succes van het eerste deel nooit echt leek te gedijen op het door studio’s opgelegde carrièrepad van blockbuster. Met sporadische, semi-succesvolle vervolgen waar niet echt één lijn in te ontdekken valt, lijkt de serie puur te draaien op fanliefde. Hierdoor kregen filmmakers over de jaren heen een relatief vrije hand om hun ding te doen, wat na John McTiernans eerst film uit 1987 resulteerde in een reeks gemankeerde maar ondertussen geliefde films. Die ene keer dat de studio wel overmatig met de vinger in de pap zat, resulteerde dat gelijk in THE PREDATOR (2018), een aflevering waar werkelijk niemand blij van werd.
BADLANDS vindt lekker zijn eigen ritme zodra Dek uit zijn neergestorte ruimteschip kruipt. Genna is een soort van on steroids-versie van Pandora uit AVATAR, waar werkelijk alles erop uit lijkt te zijn om zijn leven te beëindigen, zelfs het gras. En dan is hij ook nog bijna zijn volledige uitrusting kwijtgeraakt. Voorzichtigheid is dus geboden, en dat is iets wat natuurlijk compleet in gaat tegen de eenrichtings-strijdersmentaliteit van zijn soort. Een yautja is tenslotte nooit zelf de prooi. De kijker zit hierdoor een tijdje opgescheept met slechts spartaans alfamannetje Dek. Alle lof dan ook voor Schuster-Koloamatangi. Hoewel het even wennen is om een predator zo lang zonder masker-helm te zien (het blijft tenslotte one ugly motherfucker), lukt het de acteur om van een gewezen eendimensionaal archetype echt een boeiend personage te maken.
Al snel vindt hij echter de gehalveerde androïde Thia (Elle Fanning), achtergelaten door haar eigenaar. Zij hangt al een tijdje rond op de planeet en weet Dek te overtuigen dat ze samen beter af zijn. Hij kent geen vriendschap, alleen concurrentie, maar langzaam weet de bijna pathologisch-positieve Thia hem te ontdooien, zonder dat zijn personage de stugge meedogenloosheid die zijn soort zo typeert verliest. Dat zorgt voor een een originele dynamiek en chemie. En dat is belangrijk, want hoe dichter de twee bij hun doel komen, hoe meer Trachtenberg uit het oog lijkt te verliezen wat nou ook alweer de kracht was van zijn eerste twee films (voor PREY debuteerde hij met 10 CLOVERFIELD LANE).
Minder is meer. Dat maakte zijn eerdere werk zo geslaagd. Focus op de personages, hou het rauw en tastbaar, en impliceer meer dan je laat zien. Een PREDATOR-film is in essentie een ‘kleine’ film, een battle of wits tussen prooi en jager. Zodra de schaal vergroot wordt, komt die essentie in gevaar. Hoewel de film nergens ontspoort, verstapt Trachtenberg zich richting het einde wel af en toe. Iets meer maat houden had hem gesierd. Het is natuurlijk superstoer om Dek met zijn gloeizwaard te zien huishouden, maar als er elke vijf stappen een hongerig monster over de kling gejaagd moet worden, met alle zwierezwaai, slow motion en hero poses van dien, dan verwatert de impact op een gegeven moment een beetje. Dan kan je als regisseur naar het einde toe alleen nog maar grootser, en voor je het weet worden er CG powerloaders geïntroduceerd.
De derde akte voelt gehaast. Alsof Trachtenberg en coscenarist Patrick Aison zich opeens herinnerden dat ze het verhaal ook nog een keer af moesten ronden. Hierdoor worden typische PREDATOR-scènes, zoals Dek die zijn nieuwe harnas en arsenaal bij elkaar MacGyvert van de lokale flora en fauna, afgeraffeld ten faveure van meer spektakel. Het cartooneske over-the-top geweldsballet van de vorige aflevering, de animatiefilm PREDATOR: KILLER OF KILLERS, werkt gewoon niet zo goed in een live-actionfilm, waar de kijker toch geneigd is wat meer te letten op de natuurwetten, en de makers niet ontkomen aan het gebruik van overdadige computereffecten.
Geheel in lijn met de minimalistische, hardvochtige levensstijl van de yautja, zijn PREDATOR-fans tevreden met weinig. Zolang de liefde voor de jacht aanwezig is kan perfectie de boom in. Los van wat toondove keuzes hier en daar, bedient BADLANDS de fans op hun wenken. Een met liefde gemaakte aflevering, die ondanks de misstappen zijn plaats in de PREDATOR-trofeekast verdiend heeft.