RECENSIE

Creepshow(1982)

In zijn flat in Monroeville, Pennsylvania, keek Stephen King in de herfst van 1981 uit op het winkelcentrum waar George Romero had gefilmd voor zijn zombiefestijn DAWN OF THE DEAD. Ondertussen werkten de twee horroriconen ook samen aan een film: CREEPSHOW. Vijfentwintig jaar later brengt Universal op dvd een verjaar-dagsuitgave op de markt, die hongerige boils and ghouls met veel appetijt zullen verzwelgen.
 

Afbeeldingen van de 2 disc special edition die Universal – helaas voorlopig alleen in Engeland – op de markt brengt, tonen een lelijke zwarte slipcase met daarop in fluorescerend groene letters de titel van de film. Was de ontwerper straalbezopen toen hij dit bedacht? Hoeveel gram wiet kronkelde door zijn bloed? De opluchting is groot als we het plastic doosje uit het kartonnen hoesje laten glijden. Daarop pronkt het nu haast iconografische beeld dat ook al in 1982 op de originele comic stond die naar aanleiding van de film verscheen: een grijnzende jongen die in zijn slaapkamer in het geniep een exemplaar van Creepshow leest, terwijl een rottende halfdode bij volle maan door het raam naar binnen staart. Bij wijze van knipoog heeft covertekenaar Jack Kamen – een oude rot in het vak bij EC Comics – in de jongenskamer posters opgehangen van DAWN OF THE DEAD, THE SHINING en CARRIE.

Dat de rol van het jongetje Billy in de film gespeeld wordt door Kings toen negenjarig zoontje Joe, is frappant. Het coverbeeld is er immers evengoed eentje uit de jeugd van Stephen King zelf, die sterk werd bepaald door films en boeken uit de jaren vijftig. In 1953 luisterde de jonge King bijvoorbeeld op zijn oude radio naar het hoorspel Mars is Heaven van Ray Bradbury. Een jaar later vlijde hij zich in het rode pluche van de plaatselijke bioscoopzaal met een glimmend ticket in de broekzak voor THE CREATURE FROM THE BLACK LAGOON. En op 4 oktober 1957 zat King in een bioscoopzaal in Stratford te kijken naar EARTH VS. THE FLYING SAUCERS, toen de film werd onderbroken voor een belangrijke mededeling: de Russen hadden de Sputnik succesvol gelanceerd. Met het weinige zakgeld dat hij had, kocht King bij schimmige kiosken beduimelde exemplaren van Tales from the Crypt, The Vault of Horror en The Haunt of Fear. Net als het jongetje uit CREEPSHOW in het geniep, want de EC Comics werden door overbezorgde ouders beschouwd als marihuana voor kids. CREEPSHOW analyseren als Kings lofzang of ode aan de EC Comics is dus allerminst overdreven.
 
Pure angst
Vreemd genoeg ontstond het idee voor CREEPSHOW min of meer toevallig. King, een jonge auteur met vettig zwart haar en een veel te dikke bril, lummelde wat rond op de set van Tobe Hoopers SALEM’S LOT toen hij een gesprek aanknoopte met George Romero, een eloquente, hartelijke gentleman die hij bewonderde. Romero had eigenlijk SALEM’S LOT moeten regisseren, maar greep naast de klapper. Dat zou de volgende vijfentwintig jaar nog wel meer gebeuren: THE STAND, THE GIRL WHO LOVED TOM GORDON, THE LONG WALK en PET SEMATARY lukten net niĂ©t. Maar die dag klikte het tussen de twee en King nodigde Romero uit voor een gesprek in zijn huis in Maine. ’s Nachts ontstond het plan om een film te maken die zo angstaanjagend zou zijn dat de toeschouwers uit pure angst de zaal uit zouden kruipen.

Het oorspronkelijke idee voor CREEPSHOW zou Quentin Tarantino vandaag doen dansen als een stomend Repelsteeltje. Romero wilde een horrorcollectie maken van acht of negen korte verhalen in verschillende stijlen, formaten en genres. Een lappendeken van kleur, zwart-wit en 3D, een mix van horror, sciencefiction en (zwarte) humor. Het idee bleek te ambitieus voor de romanschrijver die tot dan toe wel al drie romans had verkocht, maar geen van zijn scenario’s (waaronder een adaptatie van Ray Bradbury’s Something Wicked This Way Comes) aan Hollywood had kunnen slijten. Het groots opgezette plan werd bijgesteld: King zou de volgende twee maanden, in de herfst van 1979, geen acht of negen, maar vijf verhalen schrijven. Hij tikte de vingers krom en smakte een 142 pagina’s tellend scenario op Romero’s bureau neer. Tijdens de opnames van de film (in de tweede helft van 1981) herschreef hij het, op aanwijzingen van Romero, bijna dagelijks. De regisseur en de schrijver begrepen elkaar en zouden later in hun carrière nog samenwerken aan THE DARK HALF. 

De eigenzinnige regisseur lijkt vandaag de dag een fossiel uit vroeger tijden, die nog maar af en toe onder zijn steen vandaan kruipt om een goede film te maken (LAND OF THE DEAD mocht er best zijn). Begin jaren tachtig was hij hip en in. Zijn kruisvaart tegen het verstikkende studiosysteem maakte hem naast tegendraads en koppig ook sympathiek en aantrekkelijk. Romero filmde snel, inventief en goedkoop en het leverde hem succes op. NIGHT OF THE LIVING DEAD had maar 114.000 dollar gekost; zijn klassieker DAWN OF THE DEAD slechts 1.5 miljoen dollar. Romero was niet de man om in zijn luie zetel een pijpje te roken. Amper drie weken nadat hij KNIGHTRIDERS had afgerond, banjerde hij rond op de set van CREEPSHOW.

Effectentovenaar Tom Savini knutselde op dat moment nog aan de vele latexpoppen die het script vereiste. De make-up-legende was de trouwste luitenant op het schip dat Romero door woelige wateren loodste. Hij liet de kans schieten om zelf de kapitein te worden op de set van BURNING MOON, maar zou later van Romero de kans krijgen om de remake van NIGHT OF THE LIVING DEAD te regisseren. 

In de anderhalf uur durende making of, te vinden op Universals 2 disc special edition, zijn vooral de saillante bijdragen van Savini interessant. Hij haalt oude tekeningen en werkschetsen te voorschijn en laat zien hoe hij bepaalde effecten met huis-, tuin- en keukengerief kon realiseren. De zelfmoord van Jordy Verrill? De verdrinkingsdood in ‘Something To Tide You Over’? Een heel leger kakkerlakken? Wie geen computer tot zijn beschikking heeft, moet inventief zijn. 

Hyperbool
Overigens is het misschien niet zozeer de film die CREEPSHOW tot cultstatus heeft verheven, als wel de verstripping ervan. Het ideetje van uitgever New American Library draaide bijna op een ramp uit toen bleek dat Jack Kamen enkel de cover had getekend. Enter Berni Wrightson, de getalenteerde tekenaar van Swamp Thing die later ook de illustraties zou maken bij Kings Cycle of the Werewolf en The Stand en onlangs nog mee tekende aan de monsterontwerpen voor Frank Darabonts THE MIST. Eerlijk gezegd is de Creepshow-comic niet Wrightsons beste werk. De tekeningen zijn niet veel meer dan vrij ongeĂŻnspireerde, zielloze kopieĂ«n van de filmische scènes in een flauwe, simplistische tekenstijl. Wrightson tekende in de meeste gevallen eenvoudigweg de acteurs uit de film na. Vreemd genoeg ontbreekt het kader dat de vijf verhalen in de film omlijst. 

Horrorfilms horen thuis in Sitges, Brussel of Amsterdam, maar CREEPSHOW schopte het tot in Cannes. Producer Richard Rubinstein vertoonde de film in een klein, 220 zetels tellend achterafzaaltje ergens aan het einde van de Croissette, maar de midnight screening bleek verbazend genoeg uitverkocht. De film kreeg positieve recensies in onder meer Variety en dus loerde Hollywood met een begerig oog naar de productie. Filmdistributeur Warner Bros. rook geld en wilde de film graag major uitbrengen, op voorwaarde dat Romero de ruwe cut van drie uur kon verknippen tot een film die niet langer dan twee uur zou duren. Het bleek meteen de enige concessie die de lijpe Romero zou doen. 

Een film zo angstaanjagend dat de toeschouwers uit pure angst de zaal uit zouden kruipen: achteraf bekeken is dat een hyperbool die makkelijk tot in de hemel reikt. CREEPSHOWwordt nooit echt angstaanjagend of bloedstollend en zijn morality plays zijn even doorzichtig als voorspelbaar. In vergelijking met horrorfilms die in de jaren zeventig in de bioscoopzalen verschenen – HALLOWEEN en THE TEXAS CHAIN SAW MASSACRE bijvoorbeeld – is CREEPSHOW maar een makke en tamme aangele-genheid; erg zelfrelativerend, luchtig en licht van toon. Maar de context waarin de film werd gemaakt, de verwijzingen naar EC Comics (zie kader), en de unieke samenwerking tussen King, Romero en Savini maken de film op zijn minst interessant genoeg om te bekijken en herbekijken. 
 
Latexpop
De openingsscène maakt duidelijk dat de film het succes van John Carpenters HALLOWEEN door de mangel wil sleuren. Romero zoomt nadrukkelijk in op de jack-o’-lantern die voor het raam van een huis staat, maar onderscheidt zich meteen visueel van het bravere HALLOWEEN. CREEPSHOW is een bijna exorbitante, opzichtige stijloefening vol vreemde camerastandpunten, split screens, stripbal-lonnetjes, statische beelden en opvallende schreeuwerige rode, groene en blauwe kleurpaletten. Cinematograaf Michael Gornick deed dat zo goed dat hij enkele jaren later door Romero gepromoveerd werd tot regisseur van CREEPSHOW 2.

Dat Stephen Kings werk leest als een proefschrift vol referenties aan H.P. Lovecraft, Edgar Allan Poe of Ray Bradbury hoeft niet te verbazen: de EC Comics graaiden zelf gretig in de verhalentrommel van de illustere meesters. Het eerste segment van creepshow – ‘Father’s Day’  – illustreert meteen treffend hoe goed King de verhaalboog van EC imiteert. De vermoorde pater familias die uit de dood opstaat om wraak te nemen op zijn dochter die hem met een glazen asbak had vermoord, is de perfecte illustratie van wat Aristoteles al de poĂ«tische rechtvaardigheid noemde. Volgens de Griekse dramaturg moest elk verhaal immers geen weergave zijn van de werkelijkheid, maar een projectie van hoe die eruit zou mĂłeten zien. Met andere woorden: in verhalen komt alles altijd goed. De moordenaar wordt gevat. De wraak wordt voltrokken, ook al moet je daarvoor als een wankelende zombie uit je graf sjokken. 

Wraak is een gerecht dat men best koud kan eten. Het van oorsprong Spaanse spreekwoord gebruikte King als opdracht in zijn korte, op Edgar Allan Poe’s Cask of Amontillado geĂŻnspireerde novelle Dolan’s Cadillac uit 1989. Het is tevens perfect van toepassing op het segment ‘ The Crate’ , waarin een goedhartige en zachtaardige man heimelijk een manier bedenkt om van zijn feekserige vrouw af te komen. Als er op de universiteit waar hij werkt een mysterieuze kist uit 1834 wordt ontdekt (de naam Carpenter op de doos is een weinig subtiele knipoog) en er een moordzuchtig beest in blijkt te zitten, kan hij eindelijk het spreekwoordelijke gerecht opdienen. Hij verzint een sluwe list waardoor zijn vrouw in de klauwen van het schuimbekkende monster belandt.

‘The Crate’ is een van de twee creepshow-verhalen die voorafgaand aan de film al in print verschenen: het stond in juli 1979 in het tijdschrift Gallery. King was zelf student geweest aan de universiteit van Maine en vond daar daadwerkelijk een kist onder een trap waarvan hij zich afvroeg wat erin zou zitten. Voor ‘The Crate’ verplaatste hij de actie naar de Horlicks University, dezelfde locatie overigens waar Michael en Regina Cunningham uit Christine lesgeven en de personages uit The Raft les volgen (of beter: spijbelen). 

Het verhaal bevat het pronkjuweel van Tom Savini: de ambachtelijk gebricoleerde latexpop Fluffy, die Romero als een gewiekste, manipulatieve regisseur slechts stukje bij beetje aan het publiek onthult: eerst een tand, dan een oog, dan pas een arm. Maar wanneer op het eind het hele monster aan het publiek onthuld wordt, blijken de effecten van het Lovecraftiaanse thing from outer space toch een beetje tegen te vallen. 
 
Road runner
Ook van een andere dimensie komt de meteoriet die het leven zuur maakt van Jordy Verrill, een rural redneck die denkt dat hij met de meteor shit de loterij gewonnen heeft, maar in werkelijkheid letterlijk en figuurlijk door het groene goedje wordt verteerd. Hoogmoed en hebzucht zijn de eerste twee hoofdzonden en worden genadeloos bestraft.

In vergelijking met het grauwe, trieste en keiharde oorspronkelijke verhaal Weeds uit het tijdschrift Cavalier van mei 1976 is de toon van de film ‘ The Lonesome Death of Jordy Verrill’ luchtiger en – hoe kan het ook anders – cartoonesker. King wilde over de shit-kicking lunkhead eigenlijk een roman schrijven, maar besefte dat het verhaal al na het eerste hoofdstuk behoorlijk vast zat: de groene buitenaardse fungus – in de film een knappe matte painting – zou de wereld verteren. Weg verdere ideeĂ«n; weg roman.

Stephen King is een auteur die je nauwelijks ijdel of verwaand kan noemen, maar toch speelt hij Ă  la Alfred Hitchcock graag cameo’s in zijn eigen films. De rol van Jordy Verrill was zijn eerste en uitgebreidste acteerervaring, al had hij aan het personage Teddy Weizak uit de geslaagde tv-verfilming van The Stand ook een aardige kluif. King gaat als Verrill vreselijk over the top en lijkt met zijn expressieve uitdrukkingen op Road Runner die op het punt staat geplet te worden door een groot rotsblok. Later zou King bekennen dat als hij op voorhand had geweten dat hij de rol van Jordy Verrill zou spelen, hij in het scenario minstens Ă©Ă©n seksscène had gestoken. Stoere praatjes achteraf. 

De afgelopen jaren heeft King steeds vaker de kritiek gekregen dat hij zijn eigen verhalen onder de kopiĂ«ermachine legt. Elke druk op de knop levert een nieuw boek of een nieuwe film op. 25 jaar geleden viel de schrijver ook al op die onhebbelijkheid te betrappen. ‘ Something To Tide You Over’  lijkt nogal op het korte verhaal The Ledge (1976) dat Lewis Teague zou verfilmen in CAT’S EYE: oude, rijke mannen willen op een gruwelijke manier hun veel jongere liefdesrivalen vermoorden, maar krijgen een koekje van eigen deeg. 

Net zoals het hoofdpersonage in The pit and the Pendulum weet dat hem een zekere dood te wachten staat, is dat ook het geval voor de twee jonge geliefden die door een rijke zakenman tot het hoofd worden ingegraven in het zand. Helaas voor het cynische heerschap (een verrassend goed gecaste Leslie Nielsen) draait King in de ultieme verhaaltwist de rollen om. Als zombies die zo uit de dead-trilogie zouden kunnen komen, wandelen de twee personages zijn huis in. De zielige, jaloerse voyeur wordt zelf ingegraven in het zand en kan alleen maar afwachten tot de golven hem zullen verzwelgen. Het ultieme eindbeeld past perfect in een schilderij van Jeroen Bosch. The punishment fits the crime.
 
Kakkerlakken
De ultieme, antipathieke gruwel spaart Romero op tot het laatste verhaal. De rol van multimiljonair Upson Pratt is de toen 72-jarige E.G. Marshall op het lijf geschreven, al was het personage van gluiperige controlfreak oorspronkelijk bedoeld voor Max von Sydow. Als een Howard Hughes in zijn laatste dagen probeert hij zijn helverlichte penthouse bacterievrij te houden. Om toch maar geen kans op besmetting te lopen, communiceert de achterdochtige man enkel via telefoon of intercom met de buitenwereld. Door het kleine kijkgat in de deur ziet hij de wereld bijna letterlijk vervormd. Ironisch genoeg plaatst hem dat ook moederziel alleen in zijn strijd tegen de kakkerlakken die zijn hagelwit appartement belagen (het originele script speelde zich af in een Victoriaans huis, maar de vele meubels maakten het onmogelijk om de kakkerlakken enigszins onder controle te houden). 

Upson Pratt mag anderzijds blij zijn dat het budget van creepshow bijna op was. Het oorspronkelijke scenario bevatte immers niet alleen kakkerlakken maar ook spinnen, kevers en uit de kluiten gewassen muggen. Het gemis aan ander ongedierte wordt goedgemaakt door een memorabele eindscène waarin Pratt belaagd wordt door 25.000 kakkerlakken, waarvan er 9.000 speciaal werden opgegraven uit de grotten van Trinidad. Uiteindelijk barsten de kakkerlakken als een dolzinnige Vesuvius uit mond en borst. Pratt is zelf het insect geworden dat hij zo verachtte. Hier krijgt de poetic justice van CREEPSHOW op ultieme wijze gestalte. 

Gerechtigheid is er ook met deze puike dvd-uitgave die een uitstekend beeld geeft van de manier waarop de film tot stand kwam. Al is King de grote afwezige en vervalt het commentaar van Romero en Savini af en toe in iets te doorzichtige promotalk, de making of biedt een perfecte balans van leuke anekdotes en gedetailleerde informatie. De meest memorabele woorden komen ergens halverwege als Tom Savini een definitie van ultiem geluk probeert te formuleren. Volgens hem bestaat er weinig mooiers dan met een groep getalenteerde, gemotiveerde mensen met weinig geld een film maken. Geef hem eens ongelijk.

Copyright Hans Dewijngaert. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Oorspronkelijk gepubliceerd in Schokkend Nieuws #76, winter 2007/2008.

© Hans Dewijngaert
1 november 2007
  • Titel
    Creepshow
  • Lengte
    120 minuten
  • Regie
    George A. Romero
  • Scenario
    Stephen King
  • Cast
    Hal Holbrook, Leslie Nielsen, Adrienne Barbeau
  • Taal
    English
  • Land
    United States
  • Trailer
Meer FantasyMeer Horror
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
Hans Dewijngaert

Advertentie

Ons magazine bevat nĂłg veel meer.

Word abonnee!

Als je houdt van de genrefilm, is ons magazine echt wat voor jou.
Neem een abonnement en voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat.