Goed jatwerk kan soms een aardige horrorfilm opleveren, zelfs als het schaamteloos bijeengegraai van plotelementen uit andere films overduidelijk is. Dat bewijst WHISTLE van Corin Hardy, waarin een fluit met boosaardige krachten het leven van een clubje tieners bloederig zuur maakt.
In 1904 verscheen Ghost Stories of an Antiquary van de Britse auteur M.R. James, een goede kandidaat voor de titel ‘Beste spookverhalenbundel ooit geschreven’. Het wat mij betreft engste verhaal uit het boek draagt de omineuze titel Oh, Whistle, and I’ll Come to You, My Lad en draait om een bronzen fluitje dat de protagonist, ene Parkins, vindt in de ruïnes van een tempeliersklooster aan de Britse oostkust. Geheimzinnige symbolen en een waarschuwend Latijns zinnetje op de fluit schreeuwen praktisch ‘NIET. OP. BLAZEN’, maar ik vergeef Parkins dat hij het (tot zijn vanzelfsprekende spijt) toch doet. Hij beschikt immers niet over de kennis van een eenentwintigste-eeuwse horrorfilmfan die weet dat het kloten met mystieke objecten vol inscripties zelden een goed idee is. Bovendien ziet zijn fluitje er nog vrij normaal uit.
Dat kan absoluut niet gezegd worden van het blaasinstrument dat de hoofdrol speelt in WHISTLE. De eeuwenoude fluit is afkomstig van een inheemse stam uit Midden-Amerika en lijkt wat op het beeldje dat Indiana Jones aan het begin van RAIDERS OF THE LOST ARK verwisselt met een zak zand. Spielbergs held zou in deze film het griezelige artefact diep wegstoppen in zijn ransel, iets brommen als ‘This belongs in a museum’ en daarmee zou de kous af zijn. Maar de film dan natuurlijk ook. Dus blaast iemand in het vriendengroepje rondom Chrys (een fijne rol van Dafne Keen uit LOGAN) op het kreng en roept daarmee, net als in het spookverhaal van James, een kwade macht op met allerminst goede bedoelingen.
Vanaf dat moment begint het scenario van Owen Egerton ongegeneerd proletarisch te winkelen in de etalages waar de plots van eerdere horrorfilms liggen uitgestald. Vooral bij IT FOLLOWS en de FINAL DESTINATION-reeks wordt flink geplunderd, maar het merkwaardige is dat je het deze film vergeeft, omdat WHISTLE geen enkel ogenblik pretendeert origineel te zijn. De wisselende manier waarop de kwade macht zich manifesteert is daarnaast wel weer een unieke vondst en een erg vermakelijke bovendien, omdat je steeds nieuwsgierig blijft naar de manier waarop de volgende van Chrys’ vrienden het loodje zal leggen (dat zij de film gaat overleven is in de eerste minuut al duidelijk, dus alleen een spoiler voor mensen die nog nooit een dergelijk soort film hebben gezien).
Dat vriendengroepje is ook nog eens een sympathiek stel, met enthousiasme neergezet door een club vrij onbekende acteurs, en dat helpt enorm. De scène waarin de Sarah Michelle Gellar van dienst (Ali Skovbye) wordt opgejaagd in een doolhof is oprecht spannend, ook al hebben we exact zoiets al vaker gezien. De relaties tussen de diverse vrienden worden ook beter uitgediept dan je van dergelijke films gewend bent: een ontluikende affaire tussen twee van de meiden voelt volstrekt naturel.
Je leeft met ze mee en hoopt dat ze het allemaal redden. Want uiteraard zijn er manieren om aan de fluitgeest te ontkomen. En uiteraard zullen die geen verrassing zijn voor elke zichzelf respecterende horrorkenner. Maar dat maakt allemaal niets uit dus. WHISTLE is gewoon een fijne wegkijker met een paar lekkere brute kills en bevat zelfs een spelletje ‘spot de namen van de bekende regisseurs’. Eentje geef ik alvast weg: de climax vindt plaats in de Verhoeven fabriek.