Na jarenlang films beoordelen op YouTube, stopte Chris Stuckmann een paar jaar geleden plots met negatieve recensies op zijn kanaal. Want, zo vond hij: ‘Een film maken is moeilijk, dus we moeten respect hebben voor regisseurs en schrijvers’. Niet veel later kwam hij met zijn eigen speelfilm als regisseur en schrijver. Wat een toeval.
Nu stonden de filmbesprekingen van Stuckmann nooit bekend om hun grensverleggende inzichten, maar afkraken kon hij prima. Hij schoof zijn kritiek op bijvoorbeeld BATMAN V SUPERMAN niet onder stoelen of banken. In 2016 deelde hij met zijn volgers een zelfgeschreven dialoog tussen Batman en Superman die volgens hem een grote verbetering was ten opzichte van die film. Het script ging in sneltreinvaart het internet rond; niet omdat men het zo geweldig vond, maar omdat iedereen smakelijk moest lachen om Stuckmanns bespottelijke teksten. Met name Batmans zin ‘Tell that to Zod’s snapped neck’ werd al snel een meme. Meteen maakte Stuckmann een (inmiddels verwijderde) video waarin hij zichtbaar gepikeerd uitlegde dat hij het allemaal niet echt meende en hij de scène slechts in twintig minuutjes op papier had gekrabbeld. Even later kapte Stuckmann met kritiek geven op films en dat leidde tot grote verontwaardiging bij veel van zijn kijkers. Vooral zijn video over MADAME WEB, waarin hij weigerde zich negatief uit te laten over de film, deed veel stof opwaaien.
Een veelgehoorde theorie is dat Stuckmann iedereen in Hollywood te vriend wilde houden vanwege zijn ambitie om zelf films te maken. En jawel, in 2022 lanceerde de YouTuber een Kickstarter voor een horrorfilm die hij met zijn vrouw had geschreven. De crowdfunding werd een succes, het oorspronkelijke bedrag van 250.000 dollar werd uiteindelijk bijna anderhalf miljoen dollar. En zo werd SHELBY OAKS geboren, een film over de verdwijning van vier YouTube-persoonlijkheden die paranormale zaken onderzoeken en sinds hun bezoek aan het spookstadje Shelby Oaks niet meer gezien zijn. Een deel van hun beeldmateriaal is teruggevonden, uiteraard bestaande uit schuddende shots in een donker bos, geschreeuw, glitches en beelden van een YouTuber die zichzelf huilend filmt. Deze beelden zijn verwerkt in een documentaire, waarin de zus van een van de YouTubers aan het woord komt. Deze Mia is ervan overtuigd dat haar zus Riley niet dood is en blijft koste wat kost zoeken naar de waarheid.
SHELBY OAKS begint als een nepdocumentaire, waarin zowel de vermissing van Riley als de missie van haar zus Mia om de onderste steen boven te krijgen worden geïntroduceerd. Deze introductie maakt meteen duidelijk dat Stuckmann een groot bewonderaar is van THE BLAIR WITCH PROJECT en LAKE MUNGO, want die twee films worden vrij netjes geïmiteerd. Na een introductie van zo’n twintig minuten stapt Stuckmann van deze stijl af en volgen we ineens op traditionele wijze deze zoektocht van Mia (Camille Sullivan). Wat dan volgt is een aaneenschakeling van scènes waarin Stuckmann bewijst dat hij de huidige horrortrends kent en goed heeft gekeken naar HEREDITARY, BARBARIAN en DON’T BREATHE. Helaas komt SHELBY OAKS nooit verder dan een reeks niet onaardige horrorscènes die achter elkaar zijn geplakt.
De oorzaak van dit probleem ligt niet bij de crew, die met een marginaal budget het onderste uit de kan haalt. Cameraman Andrew Scott Baird en zijn team weten met weinig middelen de film te laten aanvoelen als een grote productie. Ook aan de andere kant van de camera wordt competent werk afgeleverd, zo rust bijna de hele film op de schouders van Sullivan, die een prima rol speelt als Mia. De rest van de cast bestaat grotendeels uit onbekende acteurs, de bekendste kop is die van Keith David in een bijrolletje als gevangenisdirecteur. De hulp van Mike Flanagan, die zich tijdens de postproductie met de film ging bemoeien en Stuckmann onder andere koppelde aan zijn vaste componisten James Burkholder en de gebroeders Newton, heeft de professionaliteit van SHELBY OAKS ongetwijfeld veel goeds gedaan. Maar Flanagan kon in dat stadium het grootste euvel van de film niet meer repareren: het script.
Want hoe competent de individuele scènes ook zijn gefabriceerd, ze vormen geen coherent geheel en de logica ontbreekt volkomen. Zo reist Mia om onduidelijke redenen midden in de nacht in haar uppie naar een verlaten gevangenis, terwijl ze dit prima overdag én met haar echtgenoot had kunnen doen. Er volgt een effectieve jumpscare, waarna Mia doodsbang de gevangenis uitrent. Ze neemt twee happen adem en reist vervolgens naar een pikdonker bos, om daar maar verder te zoeken. Hier treft ze een eng huisje. Dus wat doet Mia? Ze gaat binnen kijken. Je zou verwachten dat een maker die jarenlang horrorfilms heeft afgekraakt om hun clichés zijn script niet zó vol zou stouwen met toevalligheden en domme keuzes. Gedurende Mia’s zoektocht krijg je zoveel volstrekt willekeurige flauwekul voorgeschoteld dat de vraag wat er met Riley is gebeurd je als kijker allang geen biet meer kan schelen. Het is noemenswaardig wat Stuckmann en zijn team met zo weinig voor elkaar hebben gebokst, maar misschien kan een deel van de crowdfunding de volgende keer uitgegeven worden aan een goede scriptschrijver en niet aan de man van ‘Tell that to Zod’s snapped neck.’