De jaren beginnen te tellen voor Gisuke Watanabe, maar zijn leven kent nog altijd een aangename routine. Totdat hij geheimzinnige berichten ontvangt op zijn computer. ‘De vijand is in aantocht.’ De subtiel vervreemdende komedie TEKI COMETH is te zien op het aankomende Camera Japan Festival.
‘Alle oude mensen beginnen op enig moment te stinken’, stelt een buurman van Gisuke Watanabe. Het is een van de tikje merkwaardige elementen in het licht absurdistische TEKI COMETH / TEKI: de zeep die mensen Watanabe sturen. Een hele kist vol heeft hij staan. Is het de geur van de dood die oude mensen bekruipt? De dood die zich langzaam naar binnen vreet? Of misschien is het precies andersom. Dragen we de dood altijd in ons, en vreet hij zich een weg naar buiten.
Filosoof en wiskundige William James noemde de dood ‘the worm at the core’ van ons bestaan. ‘Voor het menselijk dier bestaat er geen grotere obsessie dan het besef van de dood, de angst voor de dood’, schreef antropoloog Ernest Becker in zijn klassieker The Denial of Death (1973). Zijn these was dat vrijwel al onze handelingen erop gericht zijn die angst in te dammen, ‘te overwinnen door op een of andere manier te ontkennen dat de dood de eindbestemming is.’
In de eerste, zwijgende minuten van TEKI COMETH wordt Watanabe wakker, wast zijn gezicht, maakt ontbijt klaar, poetst zijn tanden, maalt koffiebonen en zet zich met een dampende kop achter zijn bureau. De gepensioneerde hoogleraar Franse letterkunde geeft nog steeds lezingen en schrijft essays voor een reistijdschrift. Het is een manier om zijn magere pensioen wat aan te vullen. In een gesprek met een vriend vertelt hij dat hij zijn inkomsten en uitgaven op een rijtje heeft gezet en op basis daarvan heeft berekend hoe lang hij nog heeft tot zijn geld opraakt. ‘X-dag’, noemt hij die datum. Als zijn vriend hem verzoekt niet zulke ‘sombere berekeningen’ te maken, antwoordt Watanabe: ‘Maak je geen zorgen, ik laat genoeg geld na voor de begrafenis.’
Het ochtendritueel van Watanabe komt verschillende keren terug in TEKI COMETH. Sowieso is het een film vol herhaling en routine, ook in beeldtaal. De film voegt zich daarmee volledig naar de belevingswereld van zijn hoofdpersoon, die sinds het overlijden van zijn vrouw leeft in opgeruimde regelmaat. Een routine geeft houvast, en is een manier om de dood op afstand te houden. Als elke dag in dezelfde plooien valt, is het moeilijk voorstelbaar dat op een dag die plooien gladgestreken zullen zijn.
Japan heeft een lange geschiedenis van films over ouder worden en oud zijn. Een geschiedenis waar TEKI COMETH respectvol naar knipoogt. Het traditionele huis waarin Watanabe woont, het zachte zwartwit en de aandachtige cameravoering met stilstaande kaders roept vrijwel automatisch het werk van Yasujiro Ozu in herinnering. Al heeft regisseur en scenarist Daihachi Yoshida niet dezelfde finesse in het creëren van beeldcomposities (maar wie wel?). De rappe vergrijzing van de Japanse samenleving leidde recent ook tot meer dystopische visies op ouderdom, zoals PLAN 75 (Chie Hayakawa, 2022), waarin de regering ouderen aanspoort om zich op hun 75e te ‘euthanaseren’.
Wat TEKI COMETH onderscheidt van andere, recente Japanse films over ouderdom, is dat Watanabe nog helemaal niet afgeschreven lijkt. Hij heeft nog wat omhanden, krijgt geregeld bezoek van oud-leerlingen, heeft grip op zijn bestaan en probeert dat ook te nemen over zijn einde. Maar precies die grip glipt door zijn vingers wanneer op zijn beeldscherm een bericht verschijnt met een ongewone, dreigende boodschap: de vijand (teki) uit het noorden is in aantocht. De simpele lezing is dat die vijand de dood is. Maar TEKI COMETH is een film die behendig uit handen blijft van eenduidige interpretatie.
Watanabe’s dromen nemen een steeds nadrukkelijkere plek in: een nachtmerrieachtige colonoscopie, een natte droom over een van zijn oud-studenten. Zijn vrouw duikt op om hem te berispen voor schandelijk gedrag. Of juist om eindelijk een keer samen in bad te gaan. Die droomwereld wordt visueel in weinig onderscheiden van de realiteit en gestaag beginnen de twee door elkaar heen te lopen. In een vervreemdende scène heeft Watanabe twee bekenden op bezoek. Ook zijn dode vrouw zit aan tafel. De scène mondt uit in een moord. Wat precies werkelijk gebeurt en wat niet is diffuus. Misschien zelfs wanneer dit gebeurd is.
Sommige elementen in de plot lijken te verwijzen naar Franse literatuur. Naar Molière’s De ingebeelde zieke, Marcel Prousts Op zoek naar de verloren tijd. ‘Realiteit of literatuur, wat is belangrijker?’, vraagt de nieuwe hoofdredacteur van het reistijdschrift (waar Watanabe inmiddels is ontslagen) aan hem. Voor Watanabe zijn die twee begrippen geen absolute tegenstelling. Zoals ook droom en werkelijkheid dat niet zijn. Een mensenleven is een amalgaam van al die dingen. We zijn niet alleen wat we meemaken, maar ook dat wat we nooit voor elkaar kregen, dat wat we verborgen houden voor de buitenwereld, of onszelf. We zijn ook onze onuitgesproken verlangens, dat wat we alleen gefantaseerd hebben of beleefd hebben via literatuur, of films.
Kyōzō Nagatsuka speelt Watanabe stoïcijns maar niet onaangedaan. Subtiele veranderingen beginnen zichtbaar te worden in Watanabe’s bestaan en gedrag. Houdt hij het aan het begin van de film bij één glas alcohol, gedurende de film worden dat er steeds meer. En wanneer zijn status bij de jongere generatie begint af te brokkelen, laat hij zich inpalmen door een jonge barvrouw die overduidelijk op zijn geld uit is. En ondertussen blijven die geheimzinnige berichten komen. De vijand is in aantocht. De vijand is geland.
Toch is het te simpel om te stellen dat we kijken naar een man die seniel of dement begint te worden. Een misschien accuratere lezing is dat die worm in het klokhuis begint te knagen. Dat de vijand niet de dood zelf is, maar het bewustzijn van de dood. Wat doet het met een mens als die schil van routine, de illusie van controle, zijn uitwerking niet meer heeft? Als we ons bewust, écht bewust worden van onze sterfelijkheid?
