Met SUPERMAN gaf James Gunn vorig jaar de aftrap voor het nieuwe DC Universe: vrolijker en luchtiger dan Zack Snyders DC-films (MAN OF STEEL, BATMAN V SUPERMAN, JUSTICE LEAGUE), maar met dezelfde oprechte toewijding aan nerderige comic-mythologie. SUPERMAN zat immers vol extensieve world building. Naast het titelpersonage zijn er diverse andere superhelden actief en er wordt wat interplanetair afgereisd.
Ook zagen we een korte verschijning van Supermans nichtje Kara Zor-El, beter bekend als Supergirl (Milly Alcock), die de hoofdrol speelt in de tweede DCU-film onder Gunns toezicht.
Kara is een laconieke twintiger die zich liever klem zuipt op verre planeten dan dat ze op aarde met haar neef de heldin speelt. Op een dronken avond ontmoet ze toevallig Ruthye (Eve Ridley) een jong meisje wier ouders vermoord zijn door de gewetenloze mensenhandelaar Krem (Matthias Schoenaerts). Ruthye merkt Kara’s krachten op en vraagt haar mee te gaan op een wraakmissie.
Aanvankelijk heeft het luie feestbeest daar natuurlijk helemaal geen zin in, maar wanneer Krem haar hond Krypto neerschiet met een giftige pijl verandert de zaak. Kara heeft 72 uur om tegengif voor Krypto te vinden en zijn leven te redden. Daarbij is ze van plan het Krem betaald te zetten wat hij haar huisdier heeft aangedaan. Als Ruthye mee wil, nou ja, vooruit.
Het scenario (speelfilmdebuut van Ana Nogueira) doet nogal lang over de ontwikkeling die we kunnen voorspellen: uiteraard groeit Kara uiteindelijk naar Ruthye toe, wordt ze empathischer en leert ze het een en ander over verantwoordelijkheid. Ruthye moet dan weer leren dat wraak niets oplost. De clichématige dialogen over bovenstaande halen soms flink het tempo uit SUPERGIRL.
Regisseur Craig Gillespie (FRIGHT NIGHT, I, TONYA, CRUELLA) gebruikt warmere kleuren en meer diepte in zijn composities dan de meeste hedendaagse superheldenfilms, wat SUPERGIRL een haast ouderwets uiterlijk verschaft. In actie is hij niet zo bedreven. De meeste gevechten zijn zo geschoten en gemonteerd dat je de impact van een klap niet ziet. De meest memorabele actiescène is een groot gevecht in één shot waarbij de camera om de personages heen draait om te verhullen dat er eigenlijk niets interessants gebeurt.
De special effects zijn van verrassend hoog niveau voor huidige standaarden: de vele aliens die de film bevolken zijn zo te zien tot leven gebracht met een combinatie van kostuums en digitale animatie, en in elk geval een stuk geloofwaardiger dan de wezens in bijvoorbeeld THE MANDALORIAN AND GROGU. Zelfs vuur en explosies zien er regelmatig echt uit (en waren dat in sommige scènes ook).
Wie helaas nog steeds niet overtuigt is de helemaal geanimeerde Krypto, die we in SUPERMAN ook al zagen. De animatie is hier iets beter, maar je zit nog steeds te duidelijk naar een digitale hond te kijken voor een echte emotionele connectie; nogal een euvel voor een film die het JOHN WICK-effect beoogt.
Milly Alcock draagt de film met verve en weet ook haar komische scènes te injecteren met een emotionele gelaagdheid. Haar Supergirl is bovenal menselijk in zowel haar zwakte als haar kracht. Matthias Schoenaerts schmiert erop los als een aangenaam verachtelijke schurk. Elke confrontatie tussen beiden krijgt vooral door hun acteerwerk gewicht.
SUPERGIRL is een generieke middenmoter zoals Marvel er het vorige decennium een dozijn uitbracht. Een tussendoortje waar je prima met het gezin naartoe kunt. Er zijn ergere manieren om deze zomer de hitte te ontvluchten.
