RECENSIE

Hugo(2011)

Toen bekend werd dat Martin Scorsese met een 3D-brilletje op de set van HUGO stond, leek het alsof God zelf verleid werd door de Duivel. Een kinderfilm! In 3D! Maar de wonderen zijn de wereld niet uit. HUGO is alles wat het medium film zo magisch mooi maakt.

Als het op verfilmingen van jeugdboeken aankomt, is enige argwaan wel op zijn plaats. Schrijvers die komen aandraven met wéér een dromerige weesjongen die langzaam het eigen heft in handen neemt, verdienen een enkele reis naar Azkaban. Toch is dat precies wat schrijver-tekenaar en ex-boekenverkoper Brian Selznick in 2007 deed met The Invention of Hugo Cabret, een turf van meer dan 500 bladzijden. Maar opvallender dan inhoud of volume bleek de vorm. De talrijke illustraties in het boek moet je niet bekijken, je moet ze lezen. Ze maken deel uit van het verhaal.

Dat is zeker knap, maar eerlijk is eerlijk: als Martin Scorsese het boek niet had opgevist, dan zou het zeker niet zo bekend zijn als nu. Dat uitgerekend de regisseur van onder meer TAXI DRIVER, RAGING BULL en GOODFELLAS zich achter een kinderboekverfilming schaart, is op het eerste gezicht verbazingwekkend. Scorsese is toch de man van de misdaad, de regen, het wapengekletter en de rioolputten vol stoom.

Wie verder kijkt, vindt twee verklaringen voor Scorseses liefde voor HUGO. Eén: 3D blijkt uitstekend tegemoet te komen aan ’s mans oude voorliefde voor diepte in films. Twee: wie HUGO openvouwt als een snoepje, merkt aan de binnenkant een prachtige ode aan het medium film zelf. Zacht als room; kleverig als chocolade, maar wel lekker.

Laten we maar met de 3D beginnen. James Cameron riep al uit dat hij HUGO de beste 3D-film ooit vindt. Dat hoeft van een 3D-gek niet te verbazen. Maar ook Scorsese is zo onder de indruk van het medium dat hij overweegt om ook zijn volgende films – SILENCE en de  biopic SINATRA – in 3D te filmen. Het herinnert ‘m aan de dagen dat hij als kind zijn snoet tegen een viewmaster drukte.

Op setfoto’s zie je Scorsese afwisselend met de 3D-bril op- en neergeklapt, zoals de zonnekleppen van een strandtoerist op een dag waar de zon steeds achter de wolken verdwijnt. Vergat hij de bril op te zetten, dan brulde hij dat de focus van het beeld onscherp was.

Vergeetachtig of niet, good old Marty is wel de eerste regisseur die ons van het gebruik van 3D weet te overtuigen. Zijn argumenten zijn glashelder. Als film een weergave is van de realiteit, dan hoort daar niet alleen kleur en geluid bij, maar ook diepte. Als je er op die manier tegen aankijkt, dan is er niets geforceerd of gekunsteld aan. Integendeel. Het is alleen ironisch dat een bijna zeventigjarige dinosaurus van de film nodig is om dat zo helder te stellen.

Alleen al het openingsshot van HUGO bewijst zijn gelijk. Hij laat de camera over de Parijse daken scheren, zwiept Gare Montparnasse binnen en eindigt met een close-shot van de helblauwe ogen van Hugo Cabret (Asa Butterfield), die doorheen het cijfer vijf van een grote klok tuurt. Dat shot getuigt niet alleen van een technisch maar ook van een artistiek meesterschap.

De truc is dat Scorsese nooit overdrijft. De 170 miljoen dollar zitten verborgen in mooie maar zelden opdringerige shots. De camera zweeft meestal rustig door het decor, geeft de ogen de kans zich aan het volgende beeld aan te passen. HUGO is de eerste 3D-film die ons achteraf niet naar een doosje Dafalgan doet grijpen.

Slechts af en toe kiest hij voor het effect, zoals in de scène waar een trein ontspoort en dwars door een muur knalt. In de film is dat een droom van Hugo, maar het ongeluk gebeurde echt in 1895.

Het Parijs dat we in de film leren kennen is de magische stad uit LE FABULEUX DESTIN D’AMÉLIE POULAIN. Een oud besje met een verbeten keffertje zoekt de aandacht van een voorbij schuifelende heer. Een Charlin Chaplin-achtige inspecteur met een stijf been (Sacha Baron Cohen) smelt bij de aanblik van het meisje dat elke ochtend haar bloemen uitstalt (Emily Mortimer). Het is romantiek met een laagje flou eromheen.

Ook Charles Dickens is niet ver weg. Een 12-jarige weesjongen woont letterlijk tussen de muren van het station en zorgt ervoor dat de klokken allemaal gelijk lopen (let op het moment dat hij aan de wijzers van de stationsklok hangt: een verwijzing naar Harold Lloyd in SAFETY LAST). Zijn liefde voor radarwerken en mechaniekjes heeft Hugo geërfd van zijn inmiddels overleden vader (Jude Law), die een zogenaamde automaton probeerde te herstellen, een robot die niet zou misstaan in METROPOLIS van Fritz Lang.

Het is erg verleidelijk om maar meteen de hele film na te vertellen, inclusief alle filmische verwijzingen die Scorsese erin heeft gestopt. Dat zou de zaak natuurlijk alleen maar verpesten. We vermelden enkel nog de bijdehandse Isabelle (Chloë Grace Moretz), een meisje dat verslingerd is aan boeken die ze toegestopt krijgt van de stokoude boekhandelaar Monsieur Labisse, een rol van Christopher Lee… bijna 90 intussen!

Dan hebben we het nog niet eens gehad over de échte sleutelfiguur uit de film: een sombere, chagrijnige verkoper die een klein speelgoedwinkeltje heeft in een uithoek van het station en luistert naar de naam… Georges Méliès (Ben Kingsley). Door middel van flashbacks zien we hoe de ooit zo succesvolle pionier van speciale effecten (zie SN#94) een triest, uitgerangeerd figuur is geworden.

Martin Scorsese neemt dus nogal veel hooi op zijn vork in HUGO. Het is zijn eerste film die ook (maar niet exclusief) door kinderen bekeken kan worden; het is een experiment in 3D; het is een avonturenverhaal waarin ontluikende romance en vader-zoon relatie aangeraakt worden én het is – precies 150 jaar na Méliès’ geboorte – een masterclass in filmhistorie. Misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom Scorsese aangetrokken werd door Selznicks boek.

Wanneer Melies op een bepaald moment in de film een vertoning bijwoont van het wereldberoemde L’ARRIVÉE D’UN TRAIN EN GARE DE LA CIOTAT (1897) van Auguste en Louis Lumière, lijkt Scorsese te willen zeggen dat de cirkel rond is. Film is film, of je die nu in zwart-wit of 3D bekijkt, hij blijft fascineren. Kijk om je heen en zie de droom, placht Melies te zeggen. Scorsese zag ‘m niet alleen, maar hij ving ‘m ook. In een film.

Di: Universal (B; 21 december 2011, NL: 16 februari) Copyright Hans Dewijngaert. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Origineel gepubliceerd in Schokkend Nieuws #94, februari 2012.

© Hans Dewijngaert
15 februari 2012
  • Titel
    Hugo
  • Lengte
    126 minuten
  • Regie
    Martin Scorsese
  • Scenario
    John Logan, Brian Selznick
  • Cast
    Asa Butterfield, Chloë Grace Moretz, Christopher Lee
  • Taal
    English
  • Land
    United States, United Kingdom, France
  • Trailer
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
Hans Dewijngaert

Advertentie

Ons magazine bevat nóg veel meer.

Word abonnee!

Als je houdt van de genrefilm, is ons magazine echt wat voor jou.
Neem een abonnement en voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat.