RECENSIE
DVD

The Bird With The Crystal Plumage(1970)

Dario Argento’s THE BIRD WITH THE CRYSTAL PLUMAGE (1970) ziet er op dvd piekfijn uit. Maar het bonusmateriaal is weer eens een schoolvoorbeeld van de slaafse fanjournalistiek die een kritische waardering van het Italiaanse fenomeen al decennia lang in de weg staat.

Op de commentaartrack van Blue Undergrounds ‘2-disc special edition’ van Argento’s regiedebuut laten de experts Alan Jones en Kim Newman hun licht schijnen over de film en zijn maker. Jones en Newman zijn niet de eerste de besten en juist daarom stelt hun bijdrage teleur. De eerste verklaart dat dit de film is ‘die zijn leven veranderde’ en schrijft vervolgens alle kwaliteiten van de overigens nog immer bezienswaardige thriller op rekening van de scenarist/regisseur. De tweede voegt aan Jones’ feitenkennis een bredere context en wat humor toe, maar ook bij hem ontbreekt het aan kritische zin. Dat stoort des te meer omdat THE BIRD WITH THE CRYSTAL PLUMAGE (L’UCCELLO DALLE PIUME DI CRISTALLO) voor een niet onaanzienlijk gedeelte leunt op de inventieve jazzy score van Ennio Morricone √©n op het genie van cameraman Vittorio Storaro die hier voor het eerst in kleur filmde. Dat Argento met zijn twee volgende films, THE CAT O’ NINE TAILS (’71) en FOUR FLIES ON GREY VELVET (’72), een stuk minder overtuigend voor de dag kwam, heeft veel te maken met het ontbreken in die films van Storaro’s dwingende, gestileerde beeldcomposities. Storaro is de meester van de abstractie onder de cameramannen en Argento mag god op zijn blote knie√ęn danken dat hij bij zijn debuut op diens schouders mocht staan. Pas bij zijn vierde thriller, PROFONDO ROSSO (’76), vond de regisseur in Luigi Kuveiller weer een beeldmagi√ęr die zijn warrige idee√ęn op een hoger visueel plan wist te brengen.

Met het begrip warrig hebben we trouwens meteen een sleutelwoord te pakken in het oeuvre van de Italiaan, die zijn hang naar het irrationele eigenlijk nooit goed in evenwicht heeft kunnen brengen met de structuur van een thrillerplot. Die handicap openbaart zich meteen al in de openingsscène van THE BIRD WITH THE CRYSTAL PLUMAGE, waarin de Amerikaanse schrijver Sam Dalmas (Musante) op een avondwandeling door Rome een kunstgalerie passeert waar een worsteling aan de gang is tussen een vrouw (Renzi) en een in het zwart geklede figuur. De aanrander ontsnapt en Sam probeert de vrouw, die bloedend over de vloer naar de uitgang kruipt, te helpen. Vreemd genoeg beschikt de galerie over een dubbele glazen schuifpui, waarin onze held als in een soort aquarium gevangen komt te zitten, wanneer de deur naar de straat zich achter hem sluit en die naar de galerie niet open te krijgen is. Praktisch gesproken een onzinnig stukje architectuur, maar visueel een sterk concept. Toch haalt Argento niet het onderste uit de kan. De scène zou effectiever zijn geweest als Sam al tijdens die worsteling in de glazen sluis zou zijn beland en de aanrander hem daar had opgemerkt. Weliswaar blijkt de intrige heel anders in elkaar te steken dan we denken, maar de suggestie van een dreigende figuur die de identiteit van de enige getuige van zijn daad kent, had wonderen kunnen doen voor de spanning.

Ook het op zichzelf fascinerende gegeven van het ‘onbewust geziene’, een ‘fout’ in de waarneming die Sam in de vorm van flashbacks de hele film door achtervolgt, wordt niet optimaal uitgebuit. In Sergio Leone’s ONCE UPON A TIME IN THE WEST, waar Argento als co-scenarist aan meewerkte, zit ook zo’n weerkerende flashback. Maar waar die uit Leone’s epische western een fraaie opbouw kent, is die uit THE BIRD WITH THE CRYSTAL PLUMAGE voornamelijk repetitief. Aan goede idee√ęn geen gebrek bij de debutant; ze komen alleen net niet uit de verf.

Jones en Newman hebben er een handje van de zwakke plekken in Argento’s scenario te verdoezelen of te vergoelijken, maar slagen er aan de andere kant niet in duidelijk te maken waarom de film zo uitzonderlijk zou zijn. De blijvende aantrekkingskracht van Argento’s werk is denk ik gelegen in juist datgene wat we van doorsnee-thrillers of -horrorfilms niet accepteren. De geloofwaardigheid van plot en personages wordt opgeofferd aan grillige plotwendingen en sc√®neovergangen die een eigen droomlogica volgen. Een letterlijk voorbeeld daarvan is de sc√®ne waarin de zich (schijnbaar) als moordenaar ontpoppende figuur uit de galerie het appartement van Sam probeert binnen te dringen, terwijl alleen diens vriendin Julia (Kendall) daar aanwezig is. Midden in de climax snijdt Argento abrupt een uur of wat vooruit, naar het moment dat Julia wakkerschrikt als uit een nachtmerrie. De kandelaar waarmee ze eerder een dakraam probeerde stuk te slaan zit boven haar hoofd nog steeds in het glas geklemd. Het is dus allemaal toch echt gebeurd. Ook het einde van de film, waarin Argento zijn held in √©√©n moeite door van een pseudo-finale in het appartement van de moordenaar naar diens schuilhol elders in de stad laat gaan, waarna we voor de echte finale weer belanden in de galerie uit het begin, heeft zo’n in zichzelf besloten logica. Alsof Sam eerder in de geest dan fysiek terugreist naar de oorsprong van het mysterie. Soms verkoopt Argento gewoon klinkklare nonsens, zoals wanneer zijn hoofdpersoon op een parkeerterrein voor stadsbussen wordt achtervolgd door een huurmoordenaar, van wie we blijkbaar moeten aannemen dat hij door de eigenlijke psychopaat voor dit klusje is ingeschakeld. Maar ook daar komt hij goed mee weg. Camerawerk en montage zijn formidabel, de muziek is zenuwslopend en alles eindigt met een grap wanneer de in een knalgeel jack gestoken belager onzichtbaar opgaat in een bijeenkomst van ex-boksers die allemaal zo’n geel jasje dragen. Je moet maar durven.

Op het tweede schijfje, dat al met al niet meer dan vijftig minuten aan extra’s bevat, komt eerst Argento aan het woord. Zelfgenoegzaam memoreert de regisseur hoe hij Storaro’s visie vormde en met eigen muzikale suggesties dapper de toorn van Morricone weerstond. Storaro en Morricone zelf babbelen de kijker vervolgens bijna in slaap met vage filosofietjes over hun vak, waarna Eva Renzi op de valreep voor een kleine opleving zorgt. De verbitterde, vorig jaar aan kanker gestorven Duitse actrice schrijft de mislukking van haar carri√®re rechtstreeks aan haar optreden in THE BIRD toe. Het ‘interview’ eindigt zonder enige aanleiding in een tirade tegen Klaus Kinski. Op een pijnlijke manier vermakelijk, maar hier totaal irrelevant. Dat mogen ze bij Blue Underground allemaal nog eens goed overdoen. Want √†ls je Argento’s debuut dan per se klassieke status wilt geven, scheep de kijker dan niet af met vrijblijvende pep talk en halfbakken bonusmateriaal.

Extra’s **

Di: Blue Underground (R.1) Copyright Phil van Tongeren. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Origineel gepubliceerd in Schokkend Nieuws #69, voorjaar 2006.

27 april 2006
  • Titel
    The Bird with the Crystal Plumage
  • Lengte
    96 minuten
  • Regie
    Dario Argento
  • Scenario
    Dario Argento, Fredric Brown
  • Cast
    Tony Musante, Suzy Kendall, Enrico Maria Salerno
  • Taal
    Italian
  • Land
    Italy, West Germany
  • Trailer
Meer HorrorMeer Thriller
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
Advertentie

Ons magazine bevat nóg veel meer.

Word abonnee!

Als je houdt van de genrefilm, is ons magazine echt wat voor jou.
Neem een abonnement en voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat.