RECENSIE

PETIT POUCET, LE

Zondag 14 april 2002. Tijdens het 18e Festival van de Fantastische Film stevent het sprookje LE PETIT POUCET met zevenmijlslaarzen af op het verlossende ‘En zij leefden nog lang en gelukkig’. De schrandere Kleinduimpje heeft niet alleen zijn broertjes en zichzelf gered van de hongerige wolven en de kinderenverslindende reus in het grote donkere bos, ook heeft hij met een brief aan de koningin van het door oorlog verscheurde land een einde gemaakt aan het bloedvergieten.

De inhoud van de brief wordt nooit prijsgegeven. Zondag 14 april. Het conflict, herstel: de oorlog tussen de IsraĆ«li’s en Palestijnen is uitzichtloos, een ‘demonstratie’ van Palestijnse sympathisanten in het centrum van Amsterdam de dag ervoor is op vernielingen en antisemitisch geweld uitgelopen. Belgische en Franse synagoges, joodse instellingen en winkels ontvangen stenenhagel en molotovcocktails. Tijdens het festival meldt Lifetime Achievement Award-winnaar Paul Verhoeven dat IsraĆ«l ‘een fascistische staat’ is geworden. Hoe irreĆ«el en absurd is deze zondag, de dag des Heren, de dag des funshoppers. Een brief volbrengt in Olivier Dahan’s film het onmogelijke wonder en aan het oog van de kijker trekt een kleurig en sfeervol geillustreerd sprookjesboek voorbij, dat eindigt met het sluiten van het eeuwige sterrengordijn, waarachter die betere, rechtvaardigere wereld van de Kleinduimpjes verdwijnt. De ‘slechten’ delven er het onderspit, de ‘goeden’ leven er nog lang en gelukkig. Wat is dat, ‘slecht’ en ‘goed’?.Terug in de bioscoopfoyer raak ik in gesprek met een kennis. De picturale kracht van de film spreekt de illustrator in ons aan: de kleuren spatten van het doek, ʒlodie Bouchez is een mooie sombere bewaarengel, en het gestileerd-barokke geheel herinnert aan de eenvoudige maar mooie Balkansprookjesfilms van vroeger. Toch is deze Kleinduimpje met zijn donkere sfeer en grimmige slagveldtaferelen eerder een film voor volwassenen. Veel sprookjes, tenslotte, zijn moralistische horrorverhalen die kinderen iets ‘voor later’ willen bijbrengen. Dat deze lessen met angst worden geleerd, is een contradictio in terminis die, naarmate de moderne westerse mens van zichzelf vervreemdt, steeds onzinniger lijkt. Angst, immers, is repressief en krijg je er een leven lang niet echt meer uit. Angst is ook de negatieve belofte waarmee religieuze dogmatici hun legers van nutteloze soldaten recruteren om een even nutteloze strijd te voeren voor een gemystificeerd opperwezen. En ‘later’? Is later niet nu?.In mijn jas weggedoken verlaat ik het gesprek, dat over uiterlijkheden en esthetiek gaat, maar onderweg naar het cafĆ© aan de overzijde van de cinema zie ik journaalbeelden voor me. IsraĆ«lische tanks die half kapotgeschoten huizen binnenrijden, foto’s van martelaren voor de Islam en de autonome staat. Een meisje dat meerdere zelfmoordaanslagen van Jihad-strijders heeft overleefd maar weigert te verhuizen, omdat, zo zegt ze vastberaden, ‘dit hier mijn thuis is’. Is dit Het Beloofde Land?.Nee, God is niet dood. Hij leeft in de littekens die de staalsnippers en glassplinters op het lichaam van dat meisje in IsraĆ«l hebben achtergelaten, in de religieuze haat van verblinde mensen onderweg naar het grote niets dat zij voor een hemels hiernamaals verslijten. Het moet een existentiĆ«le leegte in hun leven opvullen, zoals een fles Jack Daniels of een heroineshot. Alle hoop op bezinning is hier vergeefs. Hier is geen ethisch reveil voor de onverlichten, geen soelaas voor de slachtoffers van de religieuze loopgravenoorlog, hier zijn de innerlijke ruines nooit meer te herbouwen. Hier is geen Kleinduimpje die met een brief een einde maakt aan de verspilling van levens, van leven. Hier leeft niemand nog lang, laat staan gelukkig. En hoe kun je als kijker nog worden meegevoerd naar de droomwereld van je kinderjaren, als je je tezelfdertijd realiseert dat zelfs deze vluchtroute slechts een vage herinnering is en niet meer voldoende om de blindheid en domheid der mensen buiten te houden? Zijn we het dromen voorgoed voorbij?.Zondag 14 april roept het sprookjeseinde van LE PETIT POUCET bij mij die ene vraag op: wat stond er in de brief die Kleinduimpje aan de koningin overhandigde? Dit, lezer, is de ultieme illustratie van de condition humaine: we zullen de inhoud van de brief die een einde maakt aan het vruchteloze lijden, nooit kennen. Niet nu. Niet later. Nooit. **1/2 Copyright Oliver Kerkdijk. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. .Origineel gepubliceerd in Schokkend Nieuws #55, p13.

27 april 2011
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
Advertentie

Ons magazine bevat nĆ³g veel meer.

Word abonnee!

Als je houdt van de genrefilm, is ons magazine echt wat voor jou.
Neem een abonnement en voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat.