RECENSIE
Bioscoop

Lara Croft Tomb Raider: The Cradle of Life(2003)

Hollywood vult bioscopen in het zomerseizoen bij voorkeur met spektakel. De productiekosten zijn aanzienlijk, de overvolle markt maakt de risico’s niet minder groot. Daarom zet men de kaarten bij voorkeur op een be-proefde succesformule. Een nieuwe HULK, een derde TERMINATOR en een tweede LARA CROFT behoorden dit jaar tot de overdadige hoeveelheid oude fuifnummers in een nieuw jasje.

[Gezamenlijke bespreking van TERMINATOR 3: RISE OF THE MACHINES, HULK en LARA CROFT TOMB RAIDER: THE CRADLE OF LIFE]

Het behoeft geen betoog dat Hollywood sinds de roemruchte jaren zeventig sterk veranderd is. Tegenwoordig zijn de grote filmstudio’s vrijwel allemaal onderdeel van enorme mediaconglomeraten, waar cijfers belangrijker zijn dan prestige of artistieke dadendrang. Een vergelijkend onderzoek naar winstmarges in diverse industrietakken wees twee jaar geleden uit, dat financiële participatie in de Amerikaanse filmindustrie onevenredig grote risico’s met zich meebrengt. Het beroemde adagium van scenarioschrijver William Goldman, ‘Nobody knows anything’, blijft onverminderd van kracht: miljoenen pompen in een film is gokken met een absurd hoge inzet. In de huidige Hollywood-praktijk kan Goldmans constatering worden aangevuld met een andere: niemand wil verantwoordelijk zijn. Om beslissingen in te dekken laat de studiotop voortdurend doelgroepenonderzoek verrichten. Films worden niet alleen vóór de eindmontage getest, maar soms op basis van marktonderzoek gemaakt. Een van de onderzoeksbureaus van dienst gaf een paar jaar geleden inzage in de werkwijze: men polst de interesse van willekeurige Amerikanen voor hypothetische film-projecten. Het is vragen naar de bekende weg, zo bleek uit het relaas, want in de context van een dergelijk onderzoek scoort niets beter dan oude wijn in een nieuwe zak. Leg een voorstel voor een nieuwe western of gangsterfilm naast een nieuwe HULK of TERMINATOR, en de man in de straat kiest voor het glasheldere concept dat meteen herinnert aan topamusement uit de oude doos.

Na een decennium vol verfilmde oude tv-series werd het afgelopen zomerseizoen dan ook gekenmerkt door een recordaantal vervolgfilms. Dat bleek in meerdere gevallen iets teveel van het goede: de man in de straat had zich kennelijk bedacht.

PREHISTORIE

Het mag duidelijk zijn dat in Hollywood niemand de wijsheid in pacht heeft, maar dat geldt evenzeer voor gewone stervelingen. Zo kon ik op voorhand niet warm lopen voor TERMINATOR 3: RISE OF THE MACHINES. Arnold Schwarzenegger behoort immers tot het slag eendimensionale actiehelden uit het tijdperk van voor de mobiele telefoon en het internet, de prehistorie voor hedendaagse pubers, en hij slaagde er net als Sylvester Stallone niet in zijn status als onverbiddelijke kasmagneet te behouden. Zonder de participatie van geestelijk vader James Cameron kreeg een derde TERMINATOR het aanzien van een laatste zwaktebod van een uitgebluste ster. Het is daarom verrassend te constateren dat het door Jonathan Mostow geregisseerde vervolg de best geöliede amusementsmachine van het zomerseizoen is geworden. Het lijdt echter geen twijfel dat de film niets aan Camerons voorgangers toevoegt: de plot is een nauwelijks verhulde kopie van die van TERMINATOR 2: JUDGMENT DAY en opzienbarende technische doorbraken blijven uit. Opnieuw leveren twee uit de toekomst naar het heden gezonden robots strijd, en opnieuw staat de stalen Schwarzenegger aan de kant van de goeden. Die worden vertolkt door een hele roedel nieuwe acteurs die zich adequaat van hun taak kwijten. Dat laatste geldt ook voor Mostow, die er met een no-nonsense filmstijl wijselijk voor kiest om Camerons staal-en-vuur-palet niet te kopiëren en zich in de enerverende actiescènes flink laat gelden.

In tegenstelling tot pakweg THE MATRIX RELOADED bevat de derde TERMINATOR bovendien geen overbodige ballast en dat scheelt vlot drie kwartier aan ergernis en verveling. De grootste charme van de film schuilt echter in de terugkeer van een held die niet worstelt met een knagend geweten of existentiële kwesties: een ouderwets lomp beukende Arnold blijkt zowaar een verfrissende verschijning in het tijdperk van twijfelende Matrix-rebellen, piekerende X-mannen en een puberende Spinneman.

SCHIZOFREEN

Zoals op basis van de strip en de malle tv-serie verwacht kon worden, behoort de nieuwe HULK wel tot het hedendaagse slag tobbende superhelden. Hoewel de tandem van regisseur Ang Lee en scenarioschrijver James Schamus zich naar eigen zeggen weinig aantrok van strip en serie, blijft de groene kolos een schizofreen wezen dat als monster lekker bruut tekeer gaat, maar als mens niet zo lekker in zijn vel zit. De film heeft net zo’n gespleten karakter. Voor een peperduur spektakel bewandelt HULK verrassend grillige paden: de film bevat genoeg van de prachtige trucages en fraai verbeelde destructie die nu eenmaal vereist zijn, maar de interesse van Lee en Schamus ligt duidelijk bij een tweetal generatieconflicten. Het is een thema waarmee het duo herhaaldelijk stoeide, en dat nu wordt uitgewerkt in de strijd die Hulk Bruce Banner en zijn vriendin met hun beide vaders leveren.

HULK is dus een film die op twee gedachten hinkt en dat wreekt zich herhaaldelijk: Lee en Schamus bieden van alles wat en misschien van niets genoeg. Ook in de stilering lijkt er sprake te zijn van een worsteling. In de eerste drie kwartier hanteert Lee opmerkelijk complexe split-screen technieken om de striporigine te benadrukken, daarna oogt HULK als een conventioneel Hollywoodspektakel. Als geheel kan de film echter geenszins als gangbaar getypeerd worden, en dat maakt deze superheldenfilm-met-gebreken een stuk interessanter dan de meeste recente voorgangers.

LARAKOEK

Waar de makers van HULK hun nek uitsteken en met vallen en opstaan iets nieuws proberen, laat Jan de Bont die kans in LARA CROFT TOMB RAIDER: THE CRADLE OF LIFE onbenut. Als liefhebber van het actierijke spel rond de Britse archeologe hoopte ik bij de voorganger LARA CROFT: TOMB RAIDER op een spektakel zonder plot, dat net als het spel onophoudelijk doordendert en waarin woorden overbodig zijn. Maar nee: Lara moest een echt mens worden, en kreeg daartoe een halfbakken vadercomplex aan-gemeten. Daarvan is ze in de opvolger verlost, maar nu introduceert men ter vervanging een ex-vriendje dat de virtuele ster alsnog tot een meiske van vlees en bloed moet maken. Het blijkt opnieuw verspilde moeite, want het oppervlakkige gekonkel van het duo voegt niets toe en berooft De Bont van de kans de film tot een gestroomlijnde kermisrit als zijn debuut SPEED te maken. De regisseur heeft duidelijk meer affiniteit met het spel dan zijn voorganger Simon West, maar is er niet de man naar om in Hollywood met de vuist op tafel te slaan en plot of karakterontwikkeling in de ban te doen.

Vooralsnog is niet duidelijk of er voor een derde film met Larakoek moet worden gevreesd: aan de Amerikaanse kassa’s bleek De Bonts film tot de verliezers te behoren, waar TERMINATOR 3 en HULK wel overtuigend presteerden. Of Schwarzeneggers politieke ambities een vierde TERMINATOR in de weg staan valt nog te bezien, maar een tweede HULK komt er vast wel. De tandem van Lee en Schamus zal ongetwijfeld voor de eer bedanken. Misschien moet Mostow dat groene varkentje maar eens wassen.

Copyright 2003 Bart van der Put. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Origineel gepubliceerd in Schokkend Nieuws #60, najaar 2003.

© Bart van der Put
1 oktober 2003
  • Titel
    Lara Croft: Tomb Raider - The Cradle of Life
  • Lengte
    117 minuten
  • Regie
    Jan de Bont
  • Scenario
    Dean Georgaris, Steven E. de Souza, James V. Hart
  • Cast
    Angelina Jolie, Gerard Butler, Chris Barrie
  • Taal
    English, Mandarin, Swahili, Greek, Russian
  • Land
    United States, Germany, Japan, United Kingdom, Hong Kong
  • Trailer
Meer Fantasy
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
Advertentie

Ons magazine bevat nóg veel meer.

Word abonnee!

Als je houdt van de genrefilm, is ons magazine echt wat voor jou.
Neem een abonnement en voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat.