RECENSIE
Bioscoop

Kill Bill, Vol. 1(2003)

Met KILL BILL bekent Quentin Tarantino kleur. De regisseur maakte er nooit een geheim van in de eerste plaats filmliefhebber te zijn, en in tweede instantie een mooi oeuvre te willen opbouwen. Het nieuwe tweeluik brengt de twee passies op overweldigende wijze samen. Dat is smullen voor liefhebbers die hun genreklassiekers kennen.

Daryl Hannah loopt fluitend het ziekenhuis binnen. Haar aanstekelijke deuntje krijgt krachtig bijval van een symfonieorkest, dat de kronkelende melodie naar een spectaculair crescendo brengt. De Italiaanse regisseur Lucio Fulci paste deze ongebruikelijke muzikale dialoog tussen een filmpersonage en een componist eerder toe in A LIZARD IN A WOMAN’S SKIN (UNA LUCERTOLA CON LA PELLE DI DONNA, 1971). Fulci liet acteur Stanley Baker een thema fluiten dat door Ennio Morricone gecomponeerd was, en bracht de twee variaties op één thema in de uiteindelijke film samen.

Quentin Tarantino doet in KILL BILL, VOL.1 hetzelfde, en kan daarbij over een niet minder beroemde componist beschikken: Hannah fluit het thema van de Britse horrorfilm TWISTED NERVE (1969), waarvoor Bernard Herrmann de muziek schreef. Herrmann werkte herhaaldelijk en met groot succes voor Alfred Hitchcock, en tekende vervolgens ook voor de muziek bij Brian De Palma’s SISTERS (1973) en OBSESSION (1976). Dat Tarantino het werk van De Palma hoog heeft zitten wordt tijdens Hannah’s entree bevestigd: terwijl de actrice zich in een verpleegstersuniform kleedt, hanteert de regisseur de split-screen-techniek van zijn leermeester. Dat Hannah op jonge leeftijd een bijrol in De Palma’s THE FURY (1978) speelde kan geen toeval meer zijn. Voordat deze malafide verpleegster-met-cinefiele-stamboom haar missie in het ziekenhuis kan volbrengen, rinkelt haar mobiele telefoon. Bill is aan de lijn. We krijgen hem niet te zien: zijn gezicht komt in het eerste deel van het wraakepos nooit goed in beeld. Tijdens het telefoongesprek zien we slechts de armleuning van een stoel, een hand, een samoeraizwaard en het behang op de muur. Tijdens de dialoog klinkt één keer het snerpende geluid van een vogel.

Was dat niet het soort geluid dat de speurneuzen in Dario Argento’s debuutfilm THE BIRD WITH THE CRYSTAL PLUMAGE (L’UCCELLO DALLE PIUME DI CRISTALLO, 1969) uiteindelijk naar het huis van de moordenaar voerde? En doet de manier waarop Tarantino en cameraman Robert Richardson dat ziekenhuisbed en de comateuze patient in beeld brengen niet verdraaid veel denken aan de aanpak die Lucio Fulci en diens cameraman Sergio Salvati in hun hoogtijdagen hanteerden? En spreekt de nachtwaker in het ziekenhuis iets later niet exact dezelfde woorden als Robert Englund in Tobe Hoopers EATEN ALIVE (1976)? ‘My name is Buck, and I’m here to fuck!’, inderdaad: Englund zei het, en Michael Bowen zegt het nog eens.

Vanaf zijn allereerste scenario voor TRUE ROMANCE maakte Quentin Tarantino ons herhaaldelijk deelgenoot van zijn cinefiele voorkeuren. Nieuw was dat niet: John Carpenter en Fred Dekker vernoemden enkele personages in ESCAPE FROM NEW YORK (1981) en NIGHT OF THE CREEPS (1986) bijvoorbeeld naar de gewaardeerde collega-regisseurs George Romero en David Cronenberg. In zijn films en scenario’s verkoos Tarantino een andere weg: zijn personages verwijzen in hun uitspraken veelvuldig naar films, acteurs en tv-series die op de regisseur een onuitwisbare indruk maakten. Daar bleef het niet bij. Het thema-restaurant in PULP FICTION  hangt vol met oude filmaffiches en serveert maaltijden die naar filmmakers vernoemd zijn. Met het onderschatte JACKIE BROWN ging Tarantino een stap verder: Jackie zou een zus van de eerder eveneens door Pam Grier vertolkte FOXY BROWN (1974) kunnen zijn, en in de muziek horen we thema’s uit enkele blaxploitation-films en Jess Franco’s VAMPYROS LESBOS terug. Wie daar fundamentele bezwaren tegen heeft kan een lange reeks genreklassiekers uit Hong Kong meteen ook in de ban doen. Zelfs in John Woo’s onvolprezen klapstuk THE KILLER (1988) horen we muziek uit het destijds kersverse Schwarzenegger-vehikel RED HEAT terug.

Met KILL BILL neemt Tarantino de laatste horde. Zijn nieuwe personages spreken niet meer over de films die de maker hoog heeft zitten, ze lopen er in rond. Dat het wraakepos zich in een filmwereld afspeelt wordt meteen benadrukt: het logo van financier Miramax wordt gevolgd door het uit de jaren zeventig stammende Shaw-Scope logo van de Shaw Brothers-studio uit Hongkong, en door een titelkaart die destijds in Amerikaanse drive-in- en pulp-bioscopen werd benut. In de film die volgt reist de door Uma Thurman vertolkte wraakengel kriskras door de werelden die in de jaren zestig en zeventig door regisseurs als Chang Cheh, Seijun Suzuki, Brian De Palma, Lucio Fulci en anderen op de cinefiele kaart werden gezet. Waar De Palma zijn inventieve spel met het idioom van Hitchcock herhaaldelijk moest bekopen met beschuldigingen van epigonisme en zelfs plagiaat, vermengt Tarantino zijn hommages op zo’n radicale en eclectische manier dat er van een eenduidige of devote navolging geen sprake is. KILL BILL is de hersenscan van een filmfreak die dertig jaar genrefilmhistorie in zijn kop heeft zitten.

Liefhebbers van Tarantino’s gevatte dialogen worden in het eerste deel van het tweeluik karig bediend. Net als bij JACKIE BROWN hoorde ik na een persvoorstelling van KILL BILL, VOL.1 dan ook gemor bij fans van RESERVOIR DOGS en PULP FICTION. ‘Het is alsof Rembrandt een huilend zigeunerjongetje heeft geschilderd’, aldus een klaarblijkelijk ernstig verwarde fan. Het ‘schoenmaker blijf bij je leest’ herinnert aan de manier waarop Amerikaanse critici Tarantino’s activiteiten als distributeur afstraften. Toen de regisseur in staat werd gesteld enkele gekoesterde genrefilms een nieuw Amerikaans bioscooproulement te geven, werd bij de heruitbreng van Fulci’s THE BEYOND, Jack Hills SWITCHBLADE SISTERS en de Chinese KING KONG rip-off THE MIGHTY PEKING MAN gesteld dat dergelijke B-films geen herkansing verdienen. Ze waren slecht en blijven slecht. KILL BILL oogt en klinkt als een reactie op die afstraffing.

Tarantino spreekt zich niet uit in dialogen, maar met behulp van stijlmiddelen en muziek die aan de verguisde B-films ontleend zijn. Dat levert curieuze en provocerende combinaties op. Het prachtige anime-segment, waarin het verleden van de door Lucy Liu vertolkte O-Ren Ishii wordt belicht, krijgt muzikale ondersteuning uit een spaghettiwestern. Dat is bizar, maar niet wanneer we de filmhistorie erbij betrekken en daaruit leren dat Japanse samoerai en cowboys uit de Verenigde Staten en Italië elkaar decennia lang hebben beïnvloed. Tarantino had in navolging van Martin Scorsese’s IL MIO VIAGGIO IN ITALIA een documentair filmcollege kunnen samenstellen, maar hij verkoos een andere methode. Het resultaat is een oprechte en opwindende liefdesverklaring aan talloze geweldige genrefilms die bij hun verschijning als irrelevant terzijde werden geschoven. Dat Tarantino’s eerbetoon nu wel serieus wordt genomen mag wrang zijn, het maakt KILL BILL tot een uitstekend wapen in de strijd voor de goede zaak.

Copyright Bart van der Put. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Origineel gepubliceerd in Schokkend Nieuws #61, winter 2003/2004.

© Bart van der Put
1 november 2003
  • Titel
    Kill Bill: Vol. 1
  • Lengte
    111 minuten
  • Regie
    Quentin Tarantino
  • Scenario
    Quentin Tarantino, Uma Thurman
  • Cast
    Uma Thurman, David Carradine, Daryl Hannah
  • Taal
    English, Japanese, French
  • Land
    United States, China
  • Trailer
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
Advertentie

Ons magazine bevat nóg veel meer.

Word abonnee!

Als je houdt van de genrefilm, is ons magazine echt wat voor jou.
Neem een abonnement en voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat.