RECENSIE

Bubba Ho-Tep(2002)

Bijna een kwart eeuw nadat Don Coscarelli met PHANTASM een genreklassieker op zijn naam schreef, doet hij opnieuw een gooi naar de originaliteitsprijs met BUBBA HO-TEP, waarin Elvis en JFK in een Texaans bejaardenhuis de strijd aanbinden met een mummie.

Elvis Presley is niet dood. Hij leeft. In een bejaardentehuis in Texas. Een paar jaar voor zijn officiĆ«le dood verruilde hij zijn identiteit met die van een imitator en zegde hij zijn leven in de spotlight vaarwel voor een bescheiden bestaan als Elvis-imitator, letterlijk een schaduw van zijn vorige zelf. Het contract met zijn plaatsvervanger voorzag in een ontsnappingsclausule: als de echte Elvis ooit zijn oude leven terug wilde, kon hij dat meteen weer oppakken. Helaas ging het contract – en daarmee het bewijs voor de persoonsverwisseling – verloren bij een barbecueongeluk in het trailerpark. En daar ligt ‘ie dus: de bejaarde Elvis, te mijmeren in zijn bed, over een verloren leven, verloren liefde en vooral verloren glorie. The King krijgt een kans zijn zelfrespect terug te winnen wanneer de mummie Bubba Ho-Tep de inwoners van het bejaardentehuis begint te belagen. Hij krijgt daarbij hulp van zijn huisgenoot John F. Kennedy, die na de aanslag niet stierf, maar een andere identiteit kreeg aangemeten en sindsdien als bejaarde neger door het leven gaat. Wie van BUBBA HO-TEP hetzelfde visuele vuurwerk verwacht dat Coscarelli eerder in zijn PHANTASM-films liet zien, komt bedrogen uit. Elvis die met een looprekje van een heuveltje hobbelt, dat is zo’n beetje het grootste spektakel dat de film in de eerste drie kwartier te bieden heeft. Die ingetogenheid is gelijk de grote kracht van de film, die op een verrassende manier weet te ontroeren. Schokkend Nieuws ontmoette Coscarelli vorig jaar tijdens het Brussels International Festival of Fantastic Film, waar BUBBA HO-TEP voor een enthousiast publiek zijn Europese premiĆØre beleefde. Het bleek een thuiswedstrijd. Dat genrefans een film anders waarderen dan filmdistributeurs blijkt wel uit het feit dat voor Coscarelli’s nieuwste geen enkele Nederlandse distributeur warm liep. De bejaarde Elvis op mummiejacht kreeg in Nederland geen voet aan de grond, afgezien van een eenmalige vertoning als sneak preview op het Amsterdamse Festival van de Fantastische Film, krap twee weken na dit interview. Met de recente verschijning van de Amerikaanse dvd-release kunnen liefhebbers aan deze kant van de Atlantische Oceaan met eigen ogen zien wat voor curieuze film de inmiddels vijftigjarige filmmaker gemaakt heeft. Dat BUBBA HO-TEP niet ieders cup of tea is, daar kwam Coscarelli al vroeg achter. Coscarelli: ‘BUBBA HO-TEP bestaat voor een groot deel uit twee mannen die in een kamertje met elkaar praten, met een handvol actiescĆØnes ter afwisseling. De film was dan ook tamelijk goedkoop om te maken. Gelukkig maar, want niemand in Hollywood durfde er een dollar in te steken. Zodra ze de sleutelwoorden ‘Elvis’ en ‘mummie’ lazen, sloegen ze het scenario dicht. Uiteindelijk heb ik de film met een klein groepje investeerders van de grond gekregen. Afgezien van het bizarre uitgangspunt is de film niet makkelijk te verkopen vanwege de onmodieuze thematiek. Hij gaat over ouder worden, vriendschap en de dood. In wezen is het een film voor vijftigers en zestigers en daarom doet het me zo goed dat hij ook in de smaak valt bij een jonger publiek. De film is een succes op alle festivals waar hij gedraaid heeft, maar ik zou hem zo graag eens willen vertonen op een Elvis- conventie. Ondanks de grappen heb ik met respect voor de King gewerkt. Ik ben zelf ook een Elvis-fan. Wie niet? Het publiek weigerde hem te laten sterven. Al die verhalen over dat hij nog zou leven, dat betekent wel iets natuurlijk. BUBBA HO-TEP gaf mij de mogelijkheid om Elvis een vreemd soort verlossing te schenken.’ Daar is Coscarelli wonderwel in geslaagd, mede dankzij een glansrol van Bruce Campbell die van Elvis een soort karikatuur van vlees en bloed maakt; terwijl hij op de lach mikt, weet hij op sleutelmomenten ontroering op te roepen. Zelfs wanneer hij een bazige verpleegster, die elke dag het gezwel op zijn lul insmeert met zalf, toebijt: ‘From now on I’ll lube my own crankshaft!’ Coscarelli: ‘De fans weten dat Bruce een geweldige acteur is. In Hollywood wordt hij gezien als een clown, een schertsfiguur. Maar hij is veel subtieler dan men denkt. Wat mensen niet weten is dat Bruce ongelooflijk hard aan zijn rollen werkt. Hij leest het script oneindig vaak door, maakt notities en houdt niet op suggesties te doen. Hij houdt overigens ook nooit op met grappen maken. Vooral ten koste van Ossie Davis, die nog nooit in een horrorfilm had gespeeld. Ossie is een intellectueel, een klassiek getrainde acteur. Hij heeft in bewegingen voor burgerrechten gezeten en hield de toespraak bij de begrafenis van Malcolm X. Dit is een eminente man, en Bruce zat hem altijd te pesten. Uiteindelijk vroeg Davis of de mummie niet uit het script kon worden verwijderd, zodat we er een soort grumpy old men van konden maken. Arme Ossie. Een paar dagen later lag hij op de grond met een rubberen mummie te vechten. Het leek verdorie wel een Ed Wood-film! Uiteindelijk ziet het er op film nog heel behoorlijk uit; zeker beter dan alles wat we met cgi hadden kunnen doen. Nu hadden we daar sowieso geen geld voor, maar ik vind een man in een rubber pak nog steeds de beste optie. Er zit iets klassieks in het feit dat je het monster echt op de set hebt en niet achteraf vanuit de computer toevoegt. De acteur hoeft niet in het luchtledige voor een blue screen te acteren. De mummie werd ontworpen door de KNB EFX Group, met wie Bruce en ik allebei eerder hebben gewerkt. Ze leveren uitstekend werk, maar zijn dan ook vrij duur. Hun gangbare honorering kon ik helemaal niet betalen, dus hebben ze ons gematst, wat ik eigenlijk een tikkeltje gĆŖnant vond.’ Coscarelli baseerde zijn film op een kort verhaal van Joe R. Lansdale, de zelfverklaarde ‘champion Mojo storyteller’, schrijver van verhalen waarin elementen uit verschillende genres – horror, thriller, SF, western en superheldenstrips – een krankzinnig geheel vormen. De geestige dialogen en one liners in BUBBA HO-TEP komen voor een groot deel rechtstreeks uit het boek van Lansdale. Coscarelli: ‘Joe heeft een omvangrijk en tamelijk bizar oeuvre en al heel wat bekende regisseurs, zoals David Lynch, Ridley Scott en Kathryn Bigelow, hebben tevergeefs geprobeerd om een studio voor een verfilming van een van zijn boeken te interesseren. Het was een voorrecht om de eerste te zijn die het is gelukt om er een van de grond te krijgen. Joe was zeer verbaasd toen hij hoorde dat ik Bubba Ho-Tep ging verfilmen; hij dacht dat het te krankzinnig was. Het verhaal telt ongeveer vijftig pagina’s. Bij te lange verhalen en romans heb je vaak de grootste moeite het verhaal te condenseren, bij te korte verhalen is er te weinig stof. Dit was precies goed, al heb ik zelf de flashbacks naar Elvis’ vorige leven geschreven. Joe is een archetypische Texaan, het type man dat je de wind van voren geeft als iets hem niet bevalt, en daarom was het prettig om te horen hoe tevreden hij met het eindresultaat was. Als dank mag ik elk verhaal van hem verfilmen dat ik wil. En daar zitten een paar heel interessante tussen. Het probleem is alleen dat het zo moeilijk is een film van de grond te krijgen, zelfs al zijn er ideeĆ«n in overvloed. Zo wil Bruce graag een prequel maken van BUBBA HO-TEP. Dat kan heel goed. Elvis was in werkelijkheid erg geĆÆnteresseerd in occultisme. Hij dweepte bovendien met de FBI. Naar verluidt heeft hij ooit aangeboden om voor J. Edgar Hoover de Beatles te bespioneren. Ik zie het al helemaal voor me: Elvis en the boys, en dan flink tekeergaan met voodoo en karate.’ BUBBA HO-TEP is Coscarelli’s negende speelfilm. Vier behoren tot de PHANTASM-serie die in 1979 van start ging met het onverwacht succesvolle origineel. Wat PHANTASM vooral onderscheidde van andere Amerikaanse horrorfilms uit de jaren zeventig en vroege jaren tachtig, is zijn dromerige, lyrische sfeer. Coscarelli beaamt dat: ‘Destijds zag ik veel Europese horrorfilms die afweken van de ouderwetse narratieve structuur. Ik heb niet bewust geprobeerd dat te kopiĆ«ren, maar het heeft vast een rol gespeeld. Ik houd ervan wanneer films niet alle antwoorden geven, wanneer je je achteraf achter de oren krabt en afvraagt waar je nou eigenlijk naar hebt zitten kijken. Het leven is een mysterie en uiteindelijk moeten films dat ook zijn. Maar daar had de studio geen boodschap aan. Op dat moment waren realistisch ogende horrorfilms de grote trekpleister en ze vroegen me dan ook een conventionele verhaalstructuur aan te brengen. Dat wilde ik niet en uiteindelijk is de film volgens mij juist vanwege dat onwerkelijke sfeertje een succes geworden.’ ‘Ik had er nogal moeite mee dat ik als horrorregisseur werd bestempeld. Zo zag ik mezelf helemaal niet. Mijn debuutfilm was een drama, daarna maakte ik een komedie. Ik wilde allerlei films blijven maken, en al helemaal geen vervolg op PHANTASM. Maar ja, als je zo’n succes hebt, dan ben je het eigenlijk aan jezelf en de fans verplicht. Inmiddels zou ik graag een laatste PHANTASM-film willen maken, maar zoals altijd is het een kwestie van geld. Er is een script, verder nog niets. Het lijkt me ook wel wat om de serie voort te zetten, zonder mezelf als regisseur. Fans sturen me allerlei ideeĆ«n voor vervolgfilms op, ook veel complete scripts, en die zijn soms best interessant. Het enige dat ik niet wil is dat het een formulefilm wordt met een nieuwe, flitsende Tall Man en knappe jonge meisjes die voor hem wegrennen. Ik waak ervoor dat het gladgestreken drek wordt.’ **** Copyright Roel Haanen & Mike Lebbing. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Origineel gepubliceerd in Schokkend Nieuws #63, p40.

27 april 2011
  • Titel
    Bubba Ho-Tep
  • Lengte
    92 minuten
  • Regie
    Don Coscarelli
  • Scenario
    Joe R. Lansdale, Don Coscarelli
  • Cast
    Bruce Campbell, Ossie Davis, Bob Ivy
  • Taal
    English, German
  • Land
    United States
Meer FantasyMeer Horror
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
Advertentie

Ons magazine bevat nĆ³g veel meer.

Word abonnee!

Als je houdt van de genrefilm, is ons magazine echt wat voor jou.
Neem een abonnement en voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat.