Een wetenschappelijke expeditie op zoek naar levensverlengende bloemskes in de jungle, belandt op het menu van overmaatse hongerige serpenten. Dit overzichtelijke gegeven wordt in ANACONDAS, een quasi-vervolg op ANACONDA (1997), zonder al te veel franje uitgewerkt, dus waarom er maar liefst zeven scenaristen op de titelrol vermeld staan, is een mysterie.
Dat er zich onder deze zeven schrijvers twee bevinden die in het verleden respectabele films als ROBOCOP en STARSHIP TROOPERS neerpenden, stemt bij aanvang nog een beetje hoopvol. Ook de production values vallen voor een dergelijke pulpfilm erg mee. De locaties zijn exotisch, terwijl cameravoering en geluid weinig te wensen over laten.
Al deze pluspuntjes kunnen ANACONDAS evenwel niet redden. De acteurs ogen plezant, maar hun personages ontworstelen zich maar nauwelijks aan complete onderlinge uitwisselbaarheid, voordat ze slangenvoer worden. Enige spanning over wie wel en wie niet zullen overleven ontbreekt. Ook de bloedeloze manier waarop de ongelukkigen aan hun einde komen stelt teleur. Zo nu en dan flitst er een slang als een duveltje uit een doosje voorbij en hap, daar is weer iemand verdwenen. De horreur van het levend verslonden worden, wordt zo niet erg inzichtelijk gemaakt.
Dat de special effects kort worden gehouden omdat de computeranimatie van laag allooi is, zou met de juiste mise-en-scène op te lossen zijn geweest. Want al beschik je maar over een sokpop als monster, dan nóg zou je moeten kunnen scoren met een scène waarin een verlamde man de hulpeloze prooi is voor een naderende anaconda. Regisseur Little verprutst ook deze inkopper en mag zich diep, diep gaan schamen voor deze horrorfilm zonder horror, suspense, gore of gein.
Copyright Ruben Drukker. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Oorspronkelijk gepubliceerd in Schokkend Nieuws #65, winter 2004/2005.