Request failed. HTTP CODE: 0
RECENSIE

Mulberry Street(1990)

Manhattan wordt geteisterd door een ratten¬≠plaag. Wie wordt gebeten, verandert in een mensetende rat-zombie. Een kwart eeuw geleden zouden Bruno Mattei of Ruggero Deodato wel raad hebben geweten met het uitgangspunt van Mulberry Street. Maar Jim Mickle (1979) gooit het over een andere boeg in zijn debuutfilm. Hij liet zich niet inspireren door Italiaanse B-filmers of zijn eigen horrorhelden. ‘We keken herhaaldelijk naar IN THE CUT van Jane Campion.’

MULBERRY STREET is een wonderbaarlijke film geworden, die een bespottelijke premisse met dodelijke ernst (en een artistieke visuele stijl) aan de man wil brengen en daar nog in slaagt ook. Dat had net zo goed fout kunnen aflopen. Volgens de in Pennsylvania opgegroeide Jim Mickle is zijn film dan ook een soort schitterend ongeluk geworden. ‘MULBERRY STREET is het resultaat van allerlei koerswijzigingen v√≥√≥r, tijdens en na het filmen. Aanvankelijk stond ons een over-the-top, hilarisch splatterfest voor ogen. Rattenzombies vragen om zo’n aanpak. Maar we hadden slechts een minuscuul budget. Probeer je het dan toch, dan loop je het risico dat je helemaal niks overhoudt. Daarom kozen we voor een heel andere aanpak: een film waarbij je zelfs zonder de horrorelementen ge√Įnteresseerd zou zijn in de personages en hun onderlinge relaties. Als dat werkt, is de gore een aardige bonus.’

En of het werkt. Omdat de personages in MULBERRY STREET zo authentiek zijn, en hun reactie op de crisis zo geloofwaardig, ga je als kijker vanzelf geloven dat er gemuteerde rattenzombies door Manhattan rennen. Waar haalde Mickle zijn acteurs vandaan? ‘De meeste personages zijn geschreven voor specifieke acteurs en non-acteurs uit de buurt. Velen spelen min of meer zichzelf, waardoor ze makkelijk in en uit hun rol konden stappen. We hebben geen enkele auditie gehouden; iedereen was een vriend of kennis van ons. Toen we alle acteurs bij elkaar hadden en ik zag hoe onbevangen iedereen voor de camera was, besloot ik alle horrorclich√©s overboord te gooien. De personages konden de film dragen; het was helemaal niet nodig om terug te vallen op stock horror movie crap. Wat de acteurs ook hielp, was dat ze niet op een set stonden, maar op plekken waar ze sowieso het gros van hun tijd doorbrachten. Ik draaide de film grotendeels in en rond het appartement van scenarioschrijver en hoofdrolspeler Nick Damici in Mulberry Street, en in de bar van diens vriendin, aan de overkant van de straat. ‘Alle appartementen die je in de film ziet, zijn in werkelijkheid Nicks appartement dat we steeds in andere kleuren verfden en met andere meubels vulden.’

Die sfeervolle locaties in downtown New York leveren een onmiskenbaar gevoel van authenticiteit op. Ongebruikelijk is ook de impressionistische visuele stijl en de bijzondere muziekkeuze. De hele film is volgens Mickle het resultaat van een langzame ontwikkeling van clich√© naar originaliteit. ‘Ik ben een horrorfan in hart en nieren, dus toen ik mijn eerste film kon maken wilde ik instinctief Romero, Sam Raimi en Peter Jackson nadoen. Maar al snel kwam ik erachter dat ik diep in mijn hart iets nieuws wilde proberen, gewoon om te zien of het zou lukken. Toen de toon van het scenario veranderde, bepaalde dat ook de visuele stijl. En zo kwamen er vanzelf nieuwe referenties. Ryan Samul, mijn cameraman, en ik keken herhaaldelijk naar Jane Campion’s IN THE CUT, niet omdat Nick Damici daar toevallig de moordenaar in speelt, maar omdat het haar en Dion Beebe geweldig lukte om New York te vangen in een impressionistische stijl die een soort heightened reality suggereert. Alle camerahoeken lijken iemands point-of-view te zijn, alsof de kijker gluurt en stiekem meeluistert. Het leek klassiek en tegelijk helemaal nieuw. Daarna zag ik THE TAKING OF PELHAM ONE-TWO-THREE: een plezierige, meeslepende genrefilm, verteld vanuit levensechte New Yorkse personages die het verhaal geloofwaardig maakten. Dat wilde ik ook. In de montagekamer kwamen alle puzzelstukjes uiteindelijk bij elkaar. Ik bracht er veel tijd in door en draaide heel veel muziek. Dat inspireerde me om met sound design en muziekkeuzes een stapje verder te gaan. En hoe gekker mijn keuzes werden, hoe meer de rest van het team mij aanmoedigde om n√≥g verder te gaan.’ 

KICKBOXEN

Geloofwaardig en realistisch is MULBERRY STREET beslist geworden. Eng en spannend bovendien. Maar was Mickle nooit bang dat de ratten-make-up er belachelijk zou uitzien? ‘Doodsbang! Adam Morrow is een geweldige sfx-artist en we hebben een heleboel openhartige discussies gevoerd over welke reactie we van het publiek wilden: moesten ze lachen of gruwelen? In eerste instantie moesten ze het geloven. Voorop stond daarom dat de rattenzombies meer op mensen moesten lijken dan op ratten. We hebben geprobeerd de symptomen op een ziekte of griep te laten lijken, in plaats van een volle Rick Baker-achtige transformatie. Dat was makkelijker, gaf de acteurs wat meer vrijheid en levert een realistischer beeld op. Daarnaast zorgde Ryan ervoor dat de rattenzombies goed onderbelicht werden en in de montage zaten we soms een hele dag te schaven aan √©√©n ratten-close-up: frame eraf, frame erbij.’

Wie goed oplet, ziet niet alleen een boel rattenzombies, maar ook filmmaker Larry Fessenden en Troma’s Debbie Rochon voorbijkomen. Zijn dat toevallige kennissen van Mickle of bestaat er zoiets als een New Yorkse horror scene?

‘Overal bestaat wel iets van een horror scene. In New York is die misschien groter omdat er veel mensen wonen die iets met film doen. Larry Fessendens kantoor zit in het echt slechts een paar deuren van de bar in de film vandaan. Dat poortje dat hij ingaat in de film, is zijn voordeur. Ik was al een fan van zijn werk en werkwijze voordat ik naar New York kwam. Debbie Rochon zat in mijn afstudeerfilm en haar houding is altijd vrolijk en positief, wat een zeldzaamheid is in film in het algemeen en de New Yorkse independent scene in het bijzonder. Ze heeft al zoveel werk gedaan, maar wordt nooit cynisch.’

Last but not least: hoofdrolspeler en scenarioschrijver Nick Damici. Wie is die charismatische kerel en waarom hebben we hem niet veel vaker gezien? ‘Nick is al jaren een goede vriend en mentor. Hij is perfect in het spelen van types die in de jaren zestig en zeventig populair waren, de blue collar held tegen wil en dank. Als er ook maar een beetje gerechtigheid was in deze business, zou Nick het stokje hebben overgenomen van Charles Bronson. Maar helaas heeft Hollywood een voorkeur ontwikkeld voor jonge, gladde en leeghoofdige tv-sterren. Nick is the real thing: behalve acteur is hij ook docent kickboxen en yoga; √©√©n blik van hem en je weet dat hij je verrot kan schoppen. Maar ik denk dat hij desondanks erg makkelijk is om van te houden op het doek. Hij is altijd natuurlijk en geloofwaardig, zelfs als hij rattenzombies in elkaar beukt.’

Copyright Roel Haanen. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Origineel gepubliceerd in SN#73, voorjaar 2007.

© Roel Haanen
1 maart 2007
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
Advertentie

Ons magazine bevat nóg veel meer.

Word abonnee!

Als je houdt van de genrefilm, is ons magazine echt wat voor jou.
Neem een abonnement en voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat.