pain of others
pain of others
Nieuws
5 februari 2018

Terugblik op IFFR 2018

pain of othersIFFR | Voor Schokkend Nieuws bezocht ik de afgelopen editie van het Internationaal Film Festival Rotterdam zo veel mogelijk van de vele geprogrammeerde genrefilms. Was het allemaal een beetje de moeite waard?

Tijdens de introductie van het geslaagde LAISSEZ BRONZER LES CADAVRES introduceerde de ter plaatse aanwezige medewerker van het IFFR de films in het genre-randprogramma Rotterdammerung als “de intellectuele horrorfilm, waarbij het verstand niet op nul hoeft en er ook nagedacht kan worden.”. Een lichtelijk hyperbolisch statement dat veronderstelt dat de gemiddelde horrorfilm geen diepgang bezit, wat de gemiddelde Schokkend Nieuws-lezer (en ondergetekende) niet zonder meer zal erkennen. De grootste klassiekers, zoals het werk van John Carpenter, Roman Polanski, George A. Romero of William Friedkin zijn wat mij betreft klassiek juist vanwege hun diepgang. Maar dat veel van de genrefilms in het Rotterdammerung-programma, en op het IFFR in het algemeen, niet behoren tot de meer traditionele scares en thrills binnen de genrefilm is zeker waar. Maar wat zijn dan de ingrediënten van dat vermeende intellectuele sausje?

De eerste opvallende trend is films die genre-aspecten combineren met stijlmotieven die we eerder associëren met dramafilms die we zien in de filmhuizen, of de deconstructieve elementen van de tragere, experimenteler festivalfilm. Soms pakt dat erg sterk uit, zoals in BLUE MY MIND, waarin de body-horror en het coming-of-age dramaverhaal elkaar versterken. Andere keren bijten de twee modus operandi elkaar. In films als GOOD MANNERS, waarin sociaalrealisme en weerwolvenfilm gecombineerd worden, of DROWN AMONG THE DEAD, die elementen van western en zombiefilm combineert met traag, pretentieus politiek geëngageerd surrealisme, werken beiden uiteindelijk totaal niet. Het is horrorvlees nog filmhuisvis.

Een tweede overeenkomst is de hang naar symboliek, waarin de genre-elementen vooral gebruikt worden vanwege hun metaforische kwaliteit. Een film als LAISSEZ BRONZER LES CADAVRES is min of meer een aaneenschakeling van hypersymbolische surrealistische beelden in de traditie van de polar, spaghettiwestern en giallo. Leentjebuur spelen bij de genre-goden voor symbolisch effectbejag, maar het werkt. Een film als CANNIBAL CLUB daarentegen gebruikt het excuus dat de film politiek geladen zou zijn om te verbloemen dat het een nogal clichématige, slecht gemaakte kannibalenfilm is. Dat zelfs de moraal van dik-hout-zaagt-men-planken is – “de rijken buiten de armen uit” (goh, je meent het) – maakt het geheel niet beter.

Erger nog wordt het in ALL YOU CAN EAT BUDDHA, waarin de horrormetaforen vertegenwoordigd worden door een hoofdpersonage met morbide obesitas. Als je een film maakt over gemarginaliseerde groepen – en hoe je het ook wendt of keert, mensen met overgewicht worden vaak naar behandeld in deze maatschappij – moet je voorzichtig zijn deze personen enkel te gebruiken als symbool. Als tegen het einde de hoofdpersoon letterlijk vermonsterlijkt is het dan ook erg moeilijk de gebeurtenissen niet te lezen als een moreel abject statement van de filmmakers over hoe zij mensen met overgewicht beschouwen.

Ook gebruiken veel van de films het naamkaartje ‘genre-film’ als een vrijbrief om het maximalisme volledig te omarmen. Films als THE GOOSE, LES GARÇONS SAUVAGES, LAISSEZ BRONZER LES CADAVRES, AN EVENING WITH BEVERLY LUFF LIN, CHARLIE EN HANNAH GAAN UIT en NIGHT IS SHORT, WALK ON GIRL gaan volledig los met stilistische experimenten, elementen uit horror, sciencefictionfilm, fantasy en cultkomedie, en hebben elk een extreem hoog tempo en hyperactieve toon. Soms pakt dat fantastisch uit, zoals in NIGHT IS SHORT, WALK ON GIRL en het heerlijk frivole CHARLIE EN HANNAH GAAN UIT, maar vaak blijft vooral hoofdpijn en irritatie over, zoals bij THE GOOSE of AN EVENING WITH BEVERLY LUFF LIN. Wel lijkt elk van de filmmakers het maximalisme als excuus te gebruiken om zich minder te bekommeren om personages of plot. Veel van de films blijven daarom hangen in stilistisch experimenteren. Dat is als je de films los bekijkt geen probleem, maar na twintig films op rij begint het wel enigszins tegen te staan. Geslaagdere films zoals NIGHT IS SHORT en LES GARCONS SAUVAGES diepen hun personages ondanks de ratjetoe aan stijlen toch in zekere mate uit, waardoor ze uiteindelijk langer beklijven.

De laatste genre-trend is de focus op body-horror en transformatie. Films als LES GARCONS SAUVAGES en BLUE MY MIND gebruiken body-horror en transformatie om het te hebben over vrouwelijkheid, terwijl SULTRY en GOOD MANNERS (a.k.a de Braziliaanse DOLFJE WEERWOLFJE) transformatie gebruiken om te laten zien hoe de maatschappij omgaat met de armere mensen in een samenleving en andere buitenstaanders. Opvallend detail is dat het festival ook twee films kende, CHARLIE EN HANNAH GAAN UIT en SULTRY, waarin een personage tijdelijk verandert in een flatgebouw. Een nogal specifieke overeenkomst die ik van te voren niet verwachtte tegen te komen.

De film die persoonlijk echter het meest onder de huid ging zitten, en die woordkeuze gebruik ik niet voor niets, is THE PAIN OF OTHERS. Wonderwel is dat geen genrefilm, maar een documentaire over mensen die denken dat ze lijden aan een in medische kringen ter discussie gestelde ziekte genaamd morgellons. De morgellonspatiënten zijn ervan overtuigd dat er bacteriën en beestjes onder hun huid kruipen, die zich manifesteren als vezels en schimmelplekken die uit de jeukende plekken groeien. Veel dokters denken dat het tussen de oren zit. We volgen een bloemlezing uit de YouTube-kanalen van een aantal vrouwen, sommige overduidelijk psychologisch instabiel, anderen niet, die vertellen over hun ervaring met morgellons. Het effect is naargeestig, want enerzijds kijk je naar (een aantal) mensen midden in een psychose, gelijk een film uit Kier-La Janisse’s boek House Of Psychotic Women, en anderzijds kijk je naar echt onverklaarbare schimmelplekken en –infecties, gelijk die uit een Cronenbergiaanse body-horror. Het is één van de films die me het langst bij zal blijven, en dat komt mede doordat je kijkt naar mensen van vlees en bloed en hun horrorachtige lijdensweg. Maximalisme en symboliek hebben zeker hun plaats in de genrefilm, maar de ontwikkeling die een personage of persoon in anderhalf uur doormaakt is vaak enger of ontluisterender. Een les die het IFFR deze editie niet altijd begrepen lijkt te hebben en een festival als Imagine vaak wel.

 

Fan van horror, sci-fi en cult?

Neem een abonnement!

Ons magazine bevat nóg meer en staat vol interviews, recensies en achtergronden.
Voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat!
Liever digitaal ontvangen? Dat kan ook!