Request failed. HTTP CODE: 0
RECENSIE
DVD

Female Convict Scorpion – Jailhouse 41(1972)

Quentin Tarantino heeft zich tijdens het schrijven van zijn script voor de twee delen KILL BILL laten inspireren door het Japanse samoerai-tweeluik LADY SNOWBLOOD en LADY SNOWBLOOD: LOVE SONG OF VENGEANCE. In deze films maakt een eenzame heldin met haar flitsende zwaard een bloedige wraaktocht door Japan. De parallellen met Uma Thurmans queeste zijn evident, maar er is nog een overeenkomst: Meiko Kaji.

Deze indrukwekkende actrice gaf niet alleen Vrouwe Sneeuwbloed gestalte, haar zangkunsten zijn in de vorm van de treurige ballades ‘Urami-bushi’ en ‘The Flower of Carnage’ in Tarantino’s films te horen. En dat eerste nummer komt uit de ongelofelijke film FEMALE CONVICT SCORPION – JAILHOUSE 41.

Meiko Kaji, een Japanse schoonheid gezegend met hetzelfde duistere charisma als de Spaanse actrice Soledad Miranda (VAMPYROS LESBOS), speelde als vroege twintiger bijrollen in producties van de kwakkelende Nikkatsu-studio. Al snel zag de succesvollere Toei-studio de ware talenten van Kaji (echte naam: Masako Ota) en lijfde haar in, waarna ze de hoofdrol kreeg in een serie vrouwengevangenisfilms onder de titel FEMALE CONVICT SCORPION, gebaseerd op een populaire manga van Tooru Shinohara. Er kwamen zes delen, waarvan overigens alleen de eerste vier (met Kaji) de moeite waard zijn.

Het is een merkwaardige filmserie die het exploitatie-onderwerp uitwerkt met een groteske scheiding tussen de vrouwelijke en de mannelijke personages. Alle mannen zijn bierzuipende, brallende en op seks beluste zwijnen die er met hun grote brillen, verfomfaaide tronies en opplaksnorren niet alleen idioot, maar ook erg onaantrekkelijk uitzien. De grofste karikatuur is voorbehouden aan de sadistische hoofdcipier Watanabe, wiens gezichtsuitdrukking een ernstig geval van constipatie doet vermoeden. De vrouwen (hoofdrolspeelster Meiko Kaji voorop) komen aanzienlijk beter uit de verf en hun soms schrijnende levensverhalen maken al snel dat de kijker alleen voor hen sympathie koestert, ondanks de wandaden waarvoor ze veroordeeld werden. Dat valt allemaal moeilijk als goed gefundeerd feminisme te interpreteren, maar de manier waarop de vrouwen weigeren hun waardigheid te verliezen wekt op een vreemde wijze ontroering op.

In het eerste deel, FEMALE CONVICT #701 – SCORPION (1972), is te zien hoe Matsu (Kaji), ook bekend als Sansori (schorpioen), hoofdcipier Watanabe tijdens een gevangenisopstand een oog uitsteekt. In deel twee, FEMALE CONVICT SCORPION – JAILHOUSE 41, laat deze vadsige eenoog geen mogelijkheid onbenut om Matsu te vernederen en te martelen. Maar dan ontsnapt Matsu met zes medegevangenen. Met hun grote capes doen ze denken aan een groep heksen: regisseur Shunya Ito laat ze perfect gekadreerd en in slow-motion door de vreemdste landschappen rennen. Hier is geen sprake meer van Japan, dit is een andere planeet die vooral uit vulkanisch materiaal lijkt te bestaan. De vrouwen ontmoeten in een spookstad een eenzame vrouw die op sterven ligt. Matsu begraaft haar onder dode bladeren, terwijl de omgeving langzaam in een zuurstokgekleurd sprookjesbos verandert. De vlucht gaat verder. Onderweg wordt een agent met messen afgeslacht en een andere ongelukkige met een enorme paal door zijn kruis vastgespietst. Na het stelen van een bus lijken hun kansen verkeken: een enorme politiemacht met aan het hoofd Watanabe wacht hen op.

FEMALE CONVICT SCORPION – JAILHOUSE 41 is een van de vreemdste en meest hypnotiserende genrefilms die Japan heeft voortgebracht, en dat wil wat zeggen. Regisseur Ito hangt de film compleet op aan de enigmatische Meiko Kaji, die slechts twee regels tekst heeft en met haar onheilspellende blik vanachter haar lange ravenzwarte haar een soort satanische zuster van The man with no name lijkt te zijn. De belichters overspoelen haar afwisselend met fel rood of blauw licht of zetten de set plotseling in het halfduister – effecten die net zo bedwelmend zijn als in het vier jaar later gemaakte SUSPIRIA van Dario Argento. Ondertussen wankelt de camera om Kaji in het kader te houden, of slaat volkomen op hol, terwijl onbegrijpelijke beelden door elkaar vloeien. Wanneer Kaji tijdens het slotduel in de climax Watanabe een diagonaal uitgevoerde messteek toedient, splijt het beeld zelfs dwars door midden en valt uiteen. Vervolgens rent Kaji met honderden vrouwen (lotgenoten? zusters?) de verlaten straten van Tokio in alsof er nog even een Nippon-versie van de Parijse mei-revolutie van 1968 uitgevoerd moet worden. Als dit geen geniale popart-cinema is, wat dan wel?

De serie werd voortgezet met FEMALE CONVICT SCORPION – DEPARTMENT OF BEASTS en FEMALE CONVICT SCORPION – #701’S SONG OF HATE (beide 1973). Daarna keerde Kaji, die geen heil meer zag in de steeds slechter wordende scripts en de daling van de budgetten, de serie de rug toe en nam de twee delen lady snowblood in 1973 en 1974 op voor de Toho-studio. Met name het eerste deel is een ijzersterke samoeraifilm waarin dezelfde bloeddorst en visuele flair als in de lone wolf and cub-filmserie aan de dag worden gelegd. Kaji is goed op dreef als een dodelijke, zwijgzame heldin en weet bovendien de nodige melancholie aan haar trieste verschijning toe te voegen. Maar hoe fraai alle zwaardvechtkunst ook wordt verbeeld, de films kunnen niet tippen aan FEMALE CONVICT SCORPION – JAILHOUSE 41. Want dat is toch echt, om het wat oneerbiedig uit te drukken, een briljant curiosum zoals alleen de Jappen het hem kunnen lappen.

Copyright Mike Lebbing. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Origineel gepubliceerd in Schokkend Nieuws #63, zomer 2004.

© Mike Lebbing
1 juli 2004
Meer Thriller
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
Advertentie

Ons magazine bevat nóg veel meer.

Word abonnee!

Als je houdt van de genrefilm, is ons magazine echt wat voor jou.
Neem een abonnement en voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat.