INTERVIEW

Tilda Swinton: ongrijpbaar

Filmmuseum Eye wijdt een tentoonstelling aan Tilda Swinton. Of: Tilda Swinton stelde voor Eye een tentoonstelling samen. Ik sprak haar en dwaalde door het resultaat, maar echt grip op de zaak kreeg ik niet.

Toen Sandra den Hamer, oud-directeur van Eye, de performer (Swinton houdt niet van de benaming ‘acteur’, waarover zo meer) jaren geleden benaderde, zei ze eerst nee. Ze zag direct zo’n traditionele aaneenschakeling filmclips en posters voor zich, mannequins met filmkostuums, iets ‘doods’ en statisch. Ze raakte pas overtuigd toen ze besloot er iets levends en creatiefs van te maken. Vandaar ook de titel: Ongoing. Het moest gaan over haar manier van werken, meer dan over de kunst die er uiteindelijk uit volgde. En het moest niet alleen over haar gaan, maar juist over haar langdurige samenwerkingsverbanden met regisseurs zoals Derek Jarman, Joanna Hogg en Luca Guadagnino, de modecurator Olivier Saillard en fotograaf Tim Walker. En er moest zoveel mogelijk nieuw werk worden gemaakt, om te benadrukken dat het belangrijk is om altijd te blijven creëren.

Dit verhaal vertelt ze, in zorgvuldige, bedachtzame volzinnen, zowel bij het rondetafel-interview als de volgende ochtend bij de perspresentatie. Elke vraag geeft aanleiding tot uitgebreide overpeinzingen over haar leven, haar relaties, haar ‘working practice’. Het gaat over de lessen die ze met zich meedraagt van haar vroege dagen in het ensemble van Derek Jarman. Daar hadden ze het over ‘filmmakers’; het woord ‘director’ en de hiërarchische connotaties daarvan werden verafschuwd. Het gaat over haar vader, met wie ze het op politiek vlak totaal niet kon vinden maar met wie ze een voorliefde deelde voor bomen.

Dat de vraag die gesteld was ondertussen niet echt beantwoord wordt, of alleen in de meest algemene termen (‘welke film bent u in het bijzonder blij om weer op het grote scherm te kunnen zien?’ ‘Oh, allemaal’) zal daarbij velen niet opvallen. Swinton – door iedereen die betrokken is bij de collectie heel democratisch en consequent ‘Tilda’ genoemd – heeft niet alleen op het grote doek een bijzonder aura.

Pas later ga je je dingen afvragen. Want het klinkt natuurlijk heel onzelfzuchtig om een tentoonstelling breder te willen trekken dan alleen jezelf. Maar alle nieuwe werken gaan wél over haar – en niet over Tilda Swinton de kunstenaar, maar wel degelijk over Tilda Swinton de persoon. Joanna Hogg reconstrueerde haar oude appartement; Apichatpong Weerasethakul filmde haar in haar huidige woning. Olivier Saillard leidt een biografische performance aan de hand van kleren uit haar garderobe en die van haar ouders; Tim Walker fotografeerde haar aan de hand van portretten van haar ouders en voorouders.

2024 © Ruediger Glatz

Swinton voelde zich toen ze begon geen acteur, en uit nog steeds ongemak bij die term. Ze is, desgevraagd, vooral ‘human’; al het andere is onzeker. Ze spreekt zich zelfs uit tegen de notie van professionalisme, die alleen maar blokkerend zou werken. Dat is tot op zeker hoogte lovenswaardig, vooral omdat haar expliciete doel is om potentiële filmmakers te inspireren, te laten zien dat het allemaal zo moeilijk niet is. Maar het stuk van Jim Jarmusch is gebaseerd op haar rol in THE DEAD DON’T DIE, waarvoor ze duidelijk heeft getraind om met een katana om te kunnen gaan. Wat is dat, als het geen professionalisme is? Ze zegt bij de perspresentatie geen maskers te dragen. Terwijl er weinig acteurs zijn – sorry, ‘performers’ – die zo vaak te zien zijn met een malle pruik, een extreme prothese, of zoveel grime dat je niet zou weten dat zij het was ware het niet dat haar naam op de aftiteling staat (zie: SUSPIRIA).

Swinton benadrukt dat veel van haar films voor weinig geld zijn gemaakt. Maar deze tentoonstelling is gesponsord door Chanel, bevat performances die 85 euro kosten voor een kaartje, en er worden duidelijk geen kosten gespaard om indruk te maken: het interview vindt plaats in een hotel dat twee mensen in dienst heeft om de voordeur voor je open te doen, en waar de goedkoopste kamer doordeweeks 765 euro kost (in het weekend 900). En ergens is het toch raar dat, ondanks het willen afbreken van hiërarchie, de lijst met medewerkers geen enkele andere acteur bevat.

Tijdens het vraaggesprek probeert Swinton haar persoonlijke ervaringen breder te trekken. Iedereen heeft herinneringen die samenhangen met hoe een ouder zich kleedde, toch? Iedereen heeft ooit een eerste appartement gehad waarin ze moesten leren om volwassen te zijn. Iedereen heeft een rare familie, en moet zich daartoe verhouden. Daar zit wat in. Maar van mijn voorouders bestaan geen geschilderde portretten. In mijn kast hangt geen Schiaparelli, en ik tuinier niet in een vest van Chanel. Mij wordt niet gevraagd om een autobiografische tentoonstelling te cureren (terecht, overigens). Maar doordat Swinton haar eigen ervaring zo probeert te universaliseren gaat ze voorbij aan juist datgene wat haar bijzonder maakt.

Aan de andere kant: misschien is dat ongrijpbare juist waarom ze zo blijft fascineren. Gevraagd naar wat ze zelf als rode draad heeft ontdekt bij het terugblikken op haar carrière (en daarna nog een keer gevraagd, toen het antwoord toch vooral op het thema ‘samenwerking’ bleef steken) was het antwoord: transformatie. Of eigenlijk het moment van transformatie. Dat kan letterlijk zijn – Orlando die van man naar vrouw gaat – maar ook psychologisch.

2011 © Tim Walker

Door die blik valt op hoeveel deuren en drempels er in de tentoonstelling te vinden zijn. In het appartement dat Joanna Hogg nabouwde is alleen de woonkamer aan het einde van de gang afgebouwd; de rest van de kamers wordt vertegenwoordigd door halfopen deuren. Als je op de drempel gaat staan (dat kan maar één persoon tegelijkertijd) kun je Swinton horen vertellen over die kamer. Maar om de deur kan je net niet kijken.

Apichatpong Weerasethakul gebruikt dit effect – dat ook in horror vaak effectief wordt ingezet – ook in zijn nieuwe film, twee projecties zij aan zij van Swinton die door haar huis dwaalt. Elke keer dat ze een deur openduwt kunnen we net niet helemaal zien wat erachter ligt. Hoezeer je je nek ook uitrekt, je kan niet om alle hoekjes kijken. In de nieuwe short van Luca Guadagnino achtervolgt hij de performer, die gekleed is in een rode trui, tot ze zich eindelijk omdraait. Hoewel niet hetzelfde schokmoment volgt als in DON’T LOOK NOW moet je toch aan die film denken, in deze tentoonstelling. Hier waren spoken rond. Het stuk van Weerasethakul heet niet voor niets Phantoms…

Op een moment in ons gesprek wordt Swinton wél specifiek. Het gaat over een regisseur die niet past in het collaboratieve plaatje; een man die de hele film al in zijn hoofd heeft bedacht voordat het filmen begint. En nee, dan noemt ze niet David Fincher of Wes Anderson, zoals je misschien zou verwachten. Het gaat over Pedro Almódovar. Van hem wordt geen nieuw werk vertoond (al hoopt ze dat wel later nog aan de tentoonstelling toe te kunnen voegen, als hij na februari gaat reizen, naar een heel aantal andere prestigieuze musea overal ter wereld.) Wel kun je in een minifilmzaaltje THE HUMAN VOICE zien, de korte film die de twee samen maakte in 2020. En al is niet alles in die film goed te duiden: in het appartement waar we Swinton zien ronddolen zijn helemaal geen verborgen hoekjes. Sterker nog, het is expliciet een set, waar de camera zich boven kan bewegen, alsof er helemaal geen muren, deuren of drempels zijn.

Het is nog een tegenstrijdigheid in een lange lijst. Maar misschien is dat juist wel waarom Tilda Swinton blijft fascineren, en waarom zij de eerste acteur werd aan wie Eye een tentoonstelling wijdde. Hoe open de performer zich ook op lijkt te stellen, echt grip op haar, als persoon of als performer, krijg je niet. De grote sterren van weleer waren tenslotte ook vaak experts in het opwekken van de illusie van intimiteit.

Ze mag zich dan niet op haar gemak voelen bij het label ‘acteur’. Maar probeer eens niet te blijven hangen bij THE HUMAN VOICE, zelfs al heb je hem al vaker gezien. Want geheel alleen je aandacht een half uur vasthouden? Dat kan ze als geen ander.

© Hedwig van Driel
1 oktober 2025

Fan van horror, sci-fi en cult?

Neem een abonnement!

Ons magazine bevat nóg meer en staat vol interviews, recensies en achtergronden.
Voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat!
Liever digitaal ontvangen? Dat kan ook!