Nieuws
24 februari 2005

Bizarre dagdromen

Na jaren uitsluitend voor televisie en direct-to-video te hebben geschreven, lijkt genreveteraan Larry Cohen eindelijk weer voet aan de grond te hebben in Hollywood. Met de door hem geschreven thrillers PHONE BOOTH en CELLULAR heeft hij zichzelf opnieuw uitgevonden als een ‘king of high concept’. Daartegenover staan zijn eigen excentrieke genrefilms van twintig, dertig jaar geleden, waarin naast een origineel uitgangspunt vaak ook een overvloed aan interessante ideeën viel te ontwaren, een subtekst zelfs, en die zich nooit tot één genre beperkten. Drie van Cohens beste films zijn samengebracht in de The Larry Cohen Collection van Blue Underground.

“You always go where the money is”, zegt Larry Cohen op het audiocommentaar van BONE. Hij berantwoordt hiermee de vraag van gesprekspartner William Lustig waarom hij niet meer films gemaakt heeft die in de lijn liggen van zijn satirische debuutfilm. BONE gaat over een blank echtpaar in Beverly Hills dat geterroriseerd wordt door een grote, zwarte man, genaamd Bone (Yaphet Kotto). De man des huizes, Bill, (Andrew Duggan), een autoverkoper die zijn waar aanprijst via succesvolle tv-spotjes, wordt gedwongen zijn spaarrekening leeg te halen. Is hij binnen anderhalf uur niet terug, dan gaat zijn vrouw Bernadette (Joyce van Patten) eraan.

Zou dit gegeven in handen van Cohen anno 2004 een spannende thriller kunnen opleveren, bijvoorbeeld als een race tegen de klok in real time, 32 jaar geleden maakte hij er een maatschappelijk geëngageerde, inktzwarte komedie van, waarvan de betekenis bovendien volstrekt ambigu is. De film begint en eindigt met een close-up van een gloeilamp, die volgens Cohen een idee symboliseert, net zoals in strips en tekenfilms. De gloeilamp brandt in de Spaanse gevangeniscel waar de zoon van het echtpaar een straf uitzit voor drugssmokkel. Daarmee wekt Cohen de suggestie dat de hele film een fantasie van de zoon zou kunnen zijn, een fantasie waarmee zijn haat jegens zijn ouders, die hem niet te hulp kwamen, een uitlaatklep vindt. De rest van de film biedt echter nauwelijks aanknopingspunten voor deze interpretatie. BONE lijkt toch meer te gaan over de raciale verhoudingen in de VS, die sinds het uitbrengen van de film in 1972 volgens Cohen nauwelijks zijn veranderd. Met zijn grote lijf, Afrikaanse gelaatstrekken, jazzy loopje en brede grijns belichaamt Kotto in de rol van Bone de dreiging die voor de blanke middenklasse van een arme zwarte man uitgaat. Zelfs zijn naam heeft iets primitiefs. Bone beantwoordt zo sterk aan dat clichébeeld dat hij net zo goed gezien kan worden als een hersenschim, ontsproten aan de verbeelding van een verveelde blanke huisvrouw. Anderzijds valt er ook iets voor te zeggen dat de hele film een angstdroom is van Bill, vanuit wiens perspectief we enkele bizarre dagdromen te zien krijgen, zoals de scènes waarin hij autowrakken met vol lijken aan de man probeert te brengen.
BONE (in Nederland en Vlaanderen ooit uitgebracht als DE HUFTER) lijkt een samensmelting van fantasieën, dagdromen en nachtmerries van verschillende personages en de ‘jazzy’ filmstijl, vol jumpcuts en associatieve insert shots, sluit daar uitstekend op aan. Een klein kunstwerkje, deze debuutfilm van wat toen al een doorgewinterde scenarioschrijver was. Cohen begon zijn loopbaan namelijk al eind jaren vijftig, in de nadagen van live televisie. Onder het motto ‘de aanhouder wint’ leurde hij, amper twintig jaar oud, met zijn scenario’s langs de verschillende tv-stations in New York. Hij schreef afleveringen voor verschillende tv-series en bedacht een aantal succesvolle feuilletons, waaronder de SF-serie The Invaders. Cohen verhuisde naar Hollywood en begon filmscenario’s te verkopen, maar omdat hij telkens teleurgesteld was met het eindresultaat, besloot hij ze zelf te gaan regisseren.
Hoewel Cohen zelf erg tevreden was (en is) met BONE, kan zijn debuutfilm bepaald geen commercieel succes genoemd worden. Grote distributeurs vonden de film interessant en grappig, maar hadden geen idee hoe ze de dwarse film aan de man konden brengen. Uiteindelijk werd hij aangekocht door Jack H. Harris, producent van THE BLOB. In een kort vraaggesprek op de dvd legt hij uit hoe hij BONE achtereenvolgens als blaxploitation en seksfilm probeerde te verkopen. Zonder weinig resultaat. Cohen is daar, misschien terecht, nog steeds verbolgen over. Volgens hem had Harris de film moeten promoten voor wat het was, een zwarte komedie. ‘Als BONE de acceptatie en het succes had gekend, die ik hoopte dat de film zou krijgen, was mijn carrière heel anders verlopen’, verzucht Cohen. Om vervolgens zelfs critica Pauline Kael in de schuld te laten delen. Zij schreef een vernietigende recensie, wat er volgens Cohen aan zou hebben bijgedragen dat andere critici het niet voor de film durfden op te nemen. Tikkeltje vergezocht.
Op de vraag van Lustig waarom hij niet vaker films als BONE gemaakt heeft, mag Cohen dan eerlijk antwoord hebben gegeven, het blijft jammer dat Cohen de kunstenaar zich niet vaker zo prominent gemanifesteerd heeft.

Uit: “Genremixer: Larry Cohen gaat voor het geld”, een artikel n.a.v. de dvd-box The Larry Cohen Collection, door Roel Haanen. Het complete artikel staat in SN #65, nu te koop in de kiosk of via deze website.

Fan van horror, sci-fi en cult?

Neem een abonnement!

Ons magazine bevat nóg meer en staat vol interviews, recensies en achtergronden.
Voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat!
Liever digitaal ontvangen? Dat kan ook!