De Baskische regisseur Paul Urkijo Alijo, bekend van ERREMENTARI: THE BLACKSMITH AND THE DEVIL (2017) was afgelopen week in Rotterdam voor de Nederlandse première van zijn nieuwe film GAUA (2025) op IFFR. In GAUA staat de nacht centraal, en alle heksen, tovenaars, monsters, demonen en geesten die daarin schuil gaan.
Tijdens de proloog van GAUA krijgen we een prachtige ronde houtgravure te zien, met de zon en vrome mensen aan de ene kant, en de maan en naakte mensen aan de andere kant. Is dit paneel speciaal voor de film gemaakt of diende het als inspiratiebron?
‘Ik heb het zelf ontworpen, het is gebaseerd op soortgelijke gravures uit de zeventiende eeuw. Het moet de dualiteit van de dag en de nacht voorstellen. We hadden een 3D-model van de illustratie kunnen maken, maar in plaats daarvan hebben we het uit hout gesneden en daarna gefilmd. Dat is veel tijdlozer.’
Hoe groot was het?
‘1 meter 30 denk ik, zoiets. Ik ga hem thuis neerzetten, haha.’
GAUA heeft iets waar elke horrorfan blij van wordt: een aantal fantastische monsters. Ze zien er allemaal geweldig uit, kun je iets vertellen over de special effects en de make-up?
‘Ik hanteer altijd een combinatie van digitale effecten en practical effects. Ik ben dol op grime, prothese, animatronics, dingen waar ik mee ben opgegroeid in de jaren tachtig. Ik hou van elke stap van het proces, van het ontwerpen, het bouwen, het moment dat de acteurs zich verkleden. En natuurlijk, voor de grotere, moeilijkere momenten gebruik je CG, bijvoorbeeld het moment dat de heksen vlucht nemen. Maar een combinatie werkt vrijwel altijd het beste.’
Kun je wat voorbeelden noemen van jaren die jarentachtigfilms waar je inspiratie uit haalt?
‘Als ik schrijf, probeer ik helemaal geen films te kijken. Ik wil mezelf niet besmetten zogezegd. Maar ik ben zeker geïnspireerd door een heleboel fantasyfilms. LEGEND van Ridley Scott, JASON AND THE ARGONAUTS. Ik heb een zwak voor Jim Henson, LABYRINTH, of zijn tv-serie THE STORYTELLER. THE COMPANY OF WOLVES, EXCALIBUR, veel fantasy. En eentje die ik wil benoemen: AKELARRE van Pedro Olea. Dat is een film die de inquisitie heel realistisch weergeeft.’
Heb je een favoriet monsterontwerp?
‘Voor mij is het mooiste aan de films die ik heb gemaakt, niet alleen GAUA maar ook ERREMENTARI en IRATI, om die wezens uit de verhalen uit mijn jeugd te kunnen realiseren. Alle wezens die je in GAUA ziet zijn klassiekers, bijvoorbeeld Gaueko, de geest van de nacht, de personificatie van al het nachtelijke, de wind, de wolf. Die ik me altijd had voorgesteld als een soort stille reus. Een andere favoriet is de hanendemon, de Inguma. Die staat in verband met een ander volksverhaal. Als je ziek bent, moet je de veren uit je kussen schudden, en als die in de vorm van een haan op de grond vallen, dan ben je onder de invloed van de Inguma.
‘Waar ik het meest tevreden mee ben is toch wel Akerbeltz, de zwarte geit. Hij is een symbool van vruchtbaarheid en een beschermer van dieren. En hij wordt natuurlijk met Satan geassocieerd door de inquisitie. In de folklore is hij een mannelijke godheid, maar vanwege de connectie met vruchtbaarheid heb ik hem/haar een meer hermafrodiet uiterlijk gegeven. Het is misschien wel het beste wezen in de film, er zaten veel animatronics in. Trouwens, elk monster dat je ziet is iedere keer dezelfde acteur, Elías García. Hij is mijn beste vriend.’
Ik kan helaas de verschillende accenten niet onderscheiden, kwam het merendeel van de cast uit het Baskenland?
‘Ja. In de film wordt een zeventiende-eeuws Baskisch dialect gesproken. Het verhaal speelt zich af in een regio genaamd Xareta, waar toentertijd de inquisitie toesloeg. In die periode vond een beruchte rechtszaak plaats, daar is ook een film over gemaakt.’
Is dat toevallig de film COVEN / AKELARRE (2020)? Daar speelt jouw hoofdrolspeler Yune Nogueiras ook een rol in, toch?
‘Ja klopt. Dat is meer een historisch drama dan een genrefilm. En niet alle details kloppen, de interpretatie is wat vrijer. GAUA is een horrorfilm, maar we hebben ervoor gezorgd dat alles accuraat is, de locaties, de taal, de namen.
‘Het Baskenland is niet heel groot, maar we hebben fantastische acteurs. De drie vrouwen die de verhalen vertellen zijn heel beroemd in de regio. Met de casting probeerde ik een balans te vinden tussen gezichten die goed in de landelijke, zeventiende-eeuwse context zouden werken, en meer theatrale acteurs die goed passen in de vertellingen.’
In de Q&A had je het over de politieke aard van alle kunst. De boodschap in GAUA is ook vrij expliciet een politieke boodschap. Voel je een plicht om jouw kunst te gebruiken in een ideologische zin?
‘Voor mij gebeurt het gewoon. Als ik scenario’s schrijf komt mijn wereldvisie automatisch naar voren. Dit verhaal gaat deels over de vervolging van vrouwen in de zeventiende eeuw, maar ik zie daar veel mee rijmen tegenwoordig. Toen was de gevestigde macht bezig met het inperken van vrijheid en seksualiteit, en dat zie je nu weer gebeuren. De inquisitie was op zoek naar ketters en heksen in de bergen, nu bestempelen ze kinderen als terroristen. En dat heeft niets met religie of God te maken, het komt altijd neer op geld en materiële zaken.
‘Ja, in zekere zin vind ik het belangrijk om het vooral nu te hebben over deze onderwerpen.’
GAUA zit vol met geweld, vervolging en wreedheid, maar toch is de film soms grappig en heel teder. Vond je het belangrijk om niet enkel een depressieve film te maken?
‘Dat is een beetje mijn algemene toon, ik hou heel erg van zwarte humor. En volgens mij is dit ook gewoon een liefdesverhaal. Ik heb geprobeerd om alle leugens en laster van de inquisitie te veranderen in iets moois.’
In de Q&A vertelde je dat de hoofdpersonages, Kattalin en Maritxu, zijn gebaseerd op twee echte vrouwen.
‘Inderdaad, Kattalin en Maritxu leefden in de vijftiende eeuw, en uit documenten uit die tijd weten we dat ze zijn veroordeeld omdat ze geliefden waren. Veel van de personages en plaatsnamen in de film komen rechtstreeks uit het verleden.’
Drie van je speelfilms spelen zich af in het Baskenland, maar je hebt ook twee korte films opgenomen die zich wat verder van huis afspelen; MONSTERS DO NOT EXIST (2012) in Cambodja en NAARA (2015) in Benin. Zijn er nog meer volksverhalen uit de rest van de wereld die je graag zou willen verfilmen?
‘Oh, zeker weten. Ik ben gefascineerd door de Griekse pantheon, de Arabische mythes en veel Amerikaanse vertellingen. Er zijn heel veel verhalen, met heel veel wezens. Maar ik denk dat je ook dicht bij jezelf moet blijven. Ik kom uit het Baskenland, en ik heb de verplichting om onze geschiedenis en onze mythes aan de rest van de wereld te laten zien.’