Nieuws
12 december 2004

Een immense vergaarbak

Met nieuwe films van Japans bekendste animators is 2004 een topjaar voor anime. Maar ook de ontwikkelingen op het gebied van 3D-animatie maken het genre het volgen waard. Reden genoeg voor Schokkend Nieuws om eens stevig uit te pakken. Met portretten van de Grote Drie, en het signaleren van nieuwe trends willen we onderstrepen wat fans al jaren weten: de interessantste animatie komt uit Azië.

Het jaar 2004 kan nu al de anime-geschiedenisboeken in. In maart ging in Japan INNOCENCE in premiere, het vervolg op Mamoru Oshii’s GHOST IN THE SHELL. STEAMBOY, dat momenteel in Japanse theaters draait, is de nieuwste van AKIRA-schepper Katsuhiro Otomo. En dit najaar zal Hayao Miyazaki de opvolger van zijn hit SPIRITED AWAY presenteren, HOWL’S MOVING CASTLE. Hoe bijzonder is dat allemaal? Wel, GHOST IN THE SHELL geldt als de belangrijkste inspiratiebron van de MATRIX-trilogie, Otomo heeft in zestien jaar geen lange speelfilm meer gemaakt en Miyazaki’s vorige twee films braken alle bioscooprecords van Japan. Kort gezegd: dit zijn de Grote Drie van anime, de mensen die meer dan wie ook de afgelopen decennia het gezicht van de moderne Japanse animatiecultuur hebben bepaald. Ongeacht de kwaliteiten van deze films, een memorabel jaar dus.
Reden genoeg voor SN om de Grote Drie eens aan een nadere inspectie te onderwerpen. Wat is hun achtergrond, wat zijn hun thema’s, hebben ze ooit samengewerkt? De meeste genrefans zullen wel een film van een van bovenstaande cineasten in de kast hebben staan. Maar wat daarna te ontdekken? En hoe je weg te vinden in de wirwar van series en speelfilms die gezamenlijk die immense vergaarbak ‘anime’ vullen? Tja, de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat wij het ook niet echt weten. We kennen onze klassiekers, maar er is zoveel meer. Je hoeft internet maar op te starten en je verzuipt praktisch in de anime-sites waar nerds elkaar in de haren vliegen over de toegevoegde waarde van Neon Genesis Evangelion. Toch willen we een poging wagen om de animatieliefhebber een eindje op weg te helpen. Want je kunt niet om het feit heen dat Japan al jaren een van de grote smaakmakers is op het gebied van de tekenfilm. De Oscar voor SPIRITED AWAY was simpelweg een late bevestiging van wat fans al lang weten: nergens wordt animatie creatiever bedreven dan in het land van Pikachu en Chihiro.
Afgezien daarvan maakt anime momenteel een stormachtige ontwikkeling door. 3D or not 3D, dat lijkt de belangrijkste vraag voor de animatiestudio’s. Hoewel Myazaki’s Studio Ghibli deels vast blijft houden aan de traditionele cel-animatie, lijkt het een kwestie van tijd voordat de industrie compleet is overgeschakeld op computeranimatie. En niet eens zozeer om artistieke redenen. Werken in 3D is sneller, en dus goedkoper. Fans van Ghibli’s klare lijn zullen er niet blij mee zijn, maar de toekomst van anime bestaat uit enen en nullen. Wat niet zal veranderen is de visuele flair waarmee in Japan animatie wordt bedreven. Dit is een cultuur waarin het beeldverhaal hoog staat aangeschreven, en waar jong en oud strips oftewel manga lezen.

Atoomaanvallen
Het is onmogelijk de ontwikkeling van anime los te zien van de ontwikkeling van deze manga, want ze zijn de blauwdruk voor de meeste tekenfilms. Manga zijn de soms telefoonboekdikke strips die één op de drie Japanners regelmatig leest. In het westen is veel geschreven over de supergewelddadige of pornografische variant, maar ze zijn er over elk willekeurig onderwerp. Ondanks die veelzijdigheid is de stijl tamelijk uniform: eenvoudige lijnen en gestileerde figuren die teruggrijpen op een illustratietraditie die al in de zeventiende eeuw onstond. Doordat de strips veel dikker zijn, is er meer ruimte om karakters uit te diepen en verhaallijnen meer inhoud te geven. In tegenstelling tot westerse strips worden in Japanse strips personages ouder, en sterven zelfs. Ze zijn gewone mensen in een vaak fantastische wereld, precies het omgekeerde van met name Amerikaanse striphelden. Niet vreemd dat veel volwassen Japanners zich herkennen in de manga.
Anime bestaat bij de gratie van manga. De verhalen komen veelal uit de stripwereld, net als de meeste makers. Regisseurs als Otomo en Satoyshi Kon begonnen hun carrière als illustrator, en ook Miyazaki heeft zijn eigen manga geschreven. Doordat de manga zo beeldend geschreven zijn – sommige lijken wel kant-en-klare storyboards – is de stap van strip naar film een logische. Veel van de typische manga-thema’s lenen zich ook goed voor verfilming. Vooral de Japanse fascinatie met technologie is een continuë inspiratiebron waarbij het vooral de negatieve aspecten zijn die aandacht krijgen. Dystopische fantasieën (AKIRA, METROPOLIS), op hol geslagen robots (GHOST IN THE SHELL, APPLESEED), of simpelweg een verharde samenleving waarin machines voor de oudjes zorgen (ROUJIN Z). Het is aanlokkelijk dit pessimisme te verklaren uit het nationale trauma, de atoomaanvallen uit de Tweede Wereldoorlog. Feit is dat de fascinatie voor catastrofes terug te voeren is tot de antieke prenten van tsunami’s, monsterlijk grote vloedgolven.

Uit: “Een immense vergaarbak – Anime: voortdurend in beweging”, door Mark van den Tempel. Het volledige artikel is te lezen in SN #64, nu in de kiosk of te bestellen via deze website.

Fan van horror, sci-fi en cult?

Neem een abonnement!

Ons magazine bevat nóg meer en staat vol interviews, recensies en achtergronden.
Voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat!
Liever digitaal ontvangen? Dat kan ook!