1986 NFTVA will wissink 1ejaar
1986 NFTVA will wissink 1ejaar
Nederhorror & scifi
8 juli 2020

Midnight Terror

1986 NFTVA will wissink 1ejaar NEDERHORROR HERONTDEKT | We hebben deze keer niet alleen de korte horrorfilm MIDNIGHT TERROR voor je opgeduikeld, maar ook unieke beelden van het prachtige ASTA-theater in Den Haag vlak voor (en na) de brand in 1984. Hoe dat zit, vertelt regisseur Will Wissink.

ASTA werd in 1921 geopend aan het Haagse Spui en was vernoemd naar Asta Nielsen, een van de sterren van de zwijgende film. ASTA was in 1958 ook de eerste bioscoop waar SOUTH PACIFIC op 70mm te zien was op Todd-AO. De bioscoop was groot (1200 stoelen) en chic. Tegenwoordig zit er een casino. Will Wissink zou de lezer zich nog kunnen herinneren van een van de eerdere afleveringen van deze rubriek. Hij maakte als twaalfjarige (tussen 1977 en 1981, eigenlijk) de ontzettend knappe stopmotion-space opera DE DUISTERE PLANEET. Bij het grote publiek is hij nu beter bekend als de regisseur van DROPOUTS (Gouden Kalf-nominatie in 1999) en MIJN VADER IS EEN DETECTIVE (2009, met vervolgen in 2011 en 2012). Binnenkort verschijnt zijn nieuwe film, de documentaire ROCK CITY – THE LIFE WE LIVE, over de kopstukken van de Haagse rockscene van de jaren 60 en 70.

We interviewden hem vorige week over zijn tweede korte film MIDNIGHT TERROR uit 1984. Will bezit het originele negatief en drie kopieën op 16mm. ‘Het negatief lag opgeslagen in het voormalig Nederlands Laboratorium voor Filmtechniek, in een neogotisch kerkje in Loenen aan de Vecht. Op zolder, waar de regen via gaten in het dak naar binnenstroomde. Jaren na sluiting kwam ik daar via-via achter en heb ik mijn 16mm negatief kunnen redden.’ Will liet MIDNIGHT TERROR een paar jaar geleden digitaliseren en daarom is de korte film nu dus eindelijk ook online te zien. Op ons YouTube-kanaal, waar we inmiddels tien oude Nederhorror-films hebben ‘herontdekt’.

Midnight Terror 5 We vervolgen het verhaal vanaf DE DUISTERE PLANEET. Al was Will Wissink eigenlijk nog te jong, de stopmotionfilm bezorgde de getalenteerde Hagenees begin jaren 80 een plekje op de filmacademie in Amsterdam.‘En in het eerste jaar maak je dan meteen verkeerde vrienden,’ lacht Will, ‘zoals Jan Doense, die me begon te enthousiasmeren voor horrorfilms. Daarvoor was ik eigenlijk puur sciencefiction-minded. De inspiratie voor MIDNIGHT TERROR kwam uit de films waar Jan mee kwam en DE LIFT (1983) van Dick Maas, natuurlijk. Dat was ook een duwtje in de rug, maar ik had vooral behoefte om weer iets zélf te regisseren. In het eerste jaar van de academie deed ik heel veel camerawerk en montage voor anderen.Ik merkte dat ik zélf verhalen wilde vertellen. Dat was de drang die erachter zat: hoe ver kom ik in het genre en lukt het me om een echte film te maken, met echte acteurs van vlees en bloed?’

Hier is het resultaat:

Will kreeg zijn kans dankzij zijn goede contacten in het Haagse bioscoopcircuit. ‘Ik ging nog vaak op en neer. Ik ben pas in het tweede jaar in Amsterdam gaan wonen, bij een hospita. In Den Haag was ik nog steeds bevriend met de operateur van het ASTA-theater. Er waren twee operateurs, Rens en Friso – die ook in de film zit en zegt: ‘Nou, kom, kom…’ Hij draaide in twee theaters tegelijkertijd: in ASTA en in de pornobioscoop om de hoek. Hij ging via de brandtrappen constant van het ene naar het andere theater om filmrollen te wisselen. Bizar gewoon. Hij redde het altijd. Hij heeft me de projector uitgelegd, zodat ik de wissel ook kon maken. Ik was zeventien, dus dat was hartstikke spannend allemaal.’ Het ASTA-theater werd dus het sfeervolle decor van MIDNIGHT TERROR. ‘Het was een uniek gebouw. We hoefden bijna niets aan setdressing te doen; het was er gewoon allemaal al.’

Geld en materiaal kreeg Will ook uit het Haagse. ‘Ik kwam in die tijd in het Filmhuis op de Denneweg terecht. In het achterhuis had je een studiootje met een Moviola-montagetafel. Degene die daar de boel leidde, Paul Hosek, had ook een 16mm-camera en maakte zelf films. Hij zei: “Goh, waarom probeer je ook niet eens subsidie aan te vragen?”’ De Haagse Filmstichting kende Will uiteindelijk een subsidie van 10.000 gulden toe voor de productie van MIDNIGHT TERROR. ‘Die is helemaal opgegaan aan filmmateriaal. Een rol 16mm-film was al tweehonderd gulden of zo, en daar kon je dan elf minuten op draaien. En laboratoriumkosten natuurlijk, voor het ontwikkelen van de film. De apparatuur leende ik van het Filmhuis. Voor cast en crew was geen geld. Ik heb het helemaal buiten school om gedaan.’ Will moet er achteraf om lachen: ‘Het enige dat ze ervan merkten, was dat er opeens lege lokalen waren, omdat de helft van de klas ’s nachts bij mij op de set stond!’
Midnight Terror 1 De opnames duurden veertien nachten. ‘Vanaf een uur of elf, twaalf’s nachts, tot een uur of negen, tien in de morgen. Dan kwamen de schoonmakers en moesten wij weg. Een man of vijf ging daarna naar het huis van mijn ouders om te slapen… zodat we de volgende nacht weer konden draaien. Mijn moeder deed de catering, samen met mijn zus. Mijn vader had een 8 sporen TEAC-bandrecorder op de kop getik, daar mocht ik mee aan de slag voor het geluid.’ Will was niet te stoppen. ‘Op een van die ochtenden – we waren net thuis – werd er getoeterd. Bleek het mijn rij-instructeur te zijn, die me kwam ophalen om af te rijden! Ik had dertig uur niet geslapen, maar dat interesseerde me helemaal niks. Ik ben de auto ingestapt, heb gedaan wat hij van me vroeg en ik was geslaagd voordat ik er erg in had. Meteen daarna naar huis en mijn bed weer ingedoken, maar van slapen kwam het niet: de telefoon stond roodgloeiend omdat ik voor een tientje een advertentie van twee regels in de Haagse Courant had geplaatst: ‘Fig. gez. voor Ned. film. 070-885396.’ Lachend: ‘De auto waarin Tamar in de film komt aangereden? Dat was dus mijn lesauto! Ik was dan wel geslaagd, maar ik had mijn rijbewijs nog niet – dat duurt vaak nog een week of zo.’ Alles, álles voor de film.

Het waren vermoeiende, maar spannende nachten. ‘Halverwege zit een scène waarin Ronald met zijn zaklantaarn op zoek is. Ik wilde dat graag vanaf grote hoogte filmen. Er was een metalen ladder naar de nok, die zat tegen de achterkant van het doek. Je moest een meter of acht, negen omhoogklimmen, tot een houten overloopje en daar kon dan net een statiefje staan met de camera. Achteraf denk ik: dat is totaal onverstandig geweest. Het was een krakkemikkige zooi.’ Toen bleek dat een prop van piepschuim, gemaakt voor de scène waarin de hoofdpersoon door een neerstortende balk wordt geraakt, niet goed werkte, werd gekozen voor de échte balk. ‘Marc had zoiets van: “Ik spring wel op tijd opzij.”’Gelukkig bleven de gevolgen van het soms iets te onbesuisde enthousiasme beperkt tot materiële schade. ‘Zo had de geluidsman stroom nodig voor zijn recorder en werden er daarom gewoon een paar stekkers in het theater uitgetrokken. De volgende dag kreeg ik een boos telefoontje van de directie: er waren die nacht zeshonderd ijsjes gesmolten!’

Midnight Terror 2

De nachtelijke filmopnames trokken natuurlijk ook bekijks. ‘Naast het theater had je prachtige brandtrappen. Heel filmisch. Dat is waar het eindgevecht plaatsvindt. Die scène hadden we helemaal uitgelicht en we hadden de hoge metalen deuren van de binnenplaats dichtgedaan tegen pottenkijkers. Op een gegeven moment, om drie uur ’s nachts: politie-inval! Die metalen deuren sloegen opeens open. Acht man politie met getrokken wapens, omdat ze dachten dat we bezig waren een kraak te zetten! Gelukkig konden we laten zien dat we met een film bezig waren met geld van de Haagse Filmstichting.’

Hoofdrolspeler Marc Krone is tegenwoordig vooral bekend als televisieacteur. Hij was te zien in onder ander GOUDKUST, VOOR HETE VUREN, BAANTJER, DE GEHEIME DIENST en FLIKKEN. Tegenspeelster Tamar Baruch zullen de oudere lezers zich misschien nog herinneren uit de televisieserie Q&Q. Ze had net voor de opnames een mooie rol te pakken gekregen in BASTILLE (Rudolf van den Berg, 1984). Ze woont en werkt tegenwoordig in Frankrijk. ‘Wat nog wel grappig is,’ vertelt Will, ‘was dat de Filmstichting me eerst een proefopname liet maken. Ik kreeg daar driehonderd gulden voor. Een vriend van mij, Joris Sluizer, kende Tamar. Hij zei: “Ze kan hartstikke leuk acteren, die wil de testopnames wel doen.” En een klasgenoot van mij had een buurman die Victor Löw heette.’ De proefopname heeft de tand des tijds gelukkig ook doorstaan: hier is Victor Löw in de scène die later dus door Marc Krone gespeeld zou worden. ‘Die vond ik uiteindelijk beter bij de rol passen. Het was een perfecte samenwerking met Marc en Tamar. Ik was toen nog heel onzeker over werken met echte acteurs. Zij gaven me heel veel vertrouwen en steun.’


De film-in-de-film werd in één dag in Museum De Gevangenenpoort opgenomen. ‘Dat lag op tweehonderd meter afstand van het ASTA-theater. We moesten nog een paar scènes doen in ASTA, dus we hadden de helft van de spullen overgebracht. ’s Middags hebben we die vechtscène gedraaid. Daarna zouden we een deel van de apparatuur terugbrengen naar het Filmhuis en een deel zou blijven staan, achter de coulissen in het ASTA-theater… en toen brak die brand uit.’

Een ramp. De schade werd in dagblad Trouw op twee miljoen geschat. De brand op zondagavond 13 mei 1984 verwoestte de grote bioscoopzaal en de erbovengelegen foyer. De kleine theaters Calypso en Bijou liepen rookschade op. Voor de duidelijkheid: de brand had niets met de filmopnames te maken. Ze ontstond onder het filmdoek en werd waarschijnlijk veroorzaakt door een weggeschoten sigarettenpeuk. De filmcrew ondervond er wél de gevolgen van. ‘Props, een koffertje, wat statieven, een lamp; er is vrij veel materiaal verloren gegaan,’ vertelt Will. ‘En het theater was natuurlijk verwoest en ging helemaal dicht. We hebben de stoute schoenen aangetrokken en zijn meteen de dag daarna – ik had de sleutels nog – naar binnen gegaan om tussen het puin de laatste shots te draaien die we nog nodig hadden. Alles was zwart, alles droop, alles stonk… Het was eigenlijk totaal niet leuk om daar nog te zijn. Een van die shots, is die waarin Marc Tamars jasje opraapt. Dat shot is vrij donker, want links en rechts zijn alle stoelen verbrand, helemaal weggesmeuld. En voor die scène aan het einde van de film-in-de-film, waarin je de film uit de projector ziet lopen, heb ik uiteindelijk precies dezelfde soort projector kunnen vinden in het Rembrandtheater in Amsterdam. Dat shot hebben we een half jaar later gedraaid.’

Midnight Terror 3

De brand, maar ook de montage, die buiten lestijd om moest gebeuren, zorgde voor vertraging. Het was ook gewoon een andere tijd. ‘Elk shot stond op een los 16mm-rolletje en daar zat dan apart een rolletje perfotape bij voor het geluid. Dat zat allemaal, georganiseerd op scène- en shotvolgorde in van die plastic bakken en dat waren er een paar honderd. Beeld en geluid waren gescheiden, dat moest je allemaal syncen. Zo’n film zou je nu in één of twee weken digitaal monteren; analoog was dat toen heel anders.’ Maar het was de moeite waard. ‘Ik heb hem uiteindelijk op de academie vertoond met alle andere derdejaars-films, en dat was super. Ik had op echt negatief gedraaid. De rest moest allemaal op 16mm-omkeermateriaal werken. Mijn film zag er gewoon ontzettend goed uit: zonder krassen, zonder haperende lassen, beter geluid. Ik vergelijk een film altijd met een enorme puzzel, dus ik was heel tevreden dat het gelukt was te bereiken wat ik voor ogen had.’

Midnight Terror 4
De première voor cast en crew was op zaterdag 6 juli 1985 in het Filmhuis in Den Haag. ‘Op een gegeven moment komt alles samen in één filmblik: het beeld, de mixage, de muziek. Je familie zit in de zaal, kennissen, vrienden… Je zweet je kapot omdat je geen idee hebt hoe ze gaan reageren.’ Op 3 december volgde een publiekspremière in het Filmcentrum. De film was ook nog te zien op Cinestud, het Nederlands Film Festival en het Weekend of Terror in februari 1989. ‘Hij heeft wel wat leuke dingen gedaan, maar niet meer dan dat. In ieder geval waren de docenten van de filmacademie wel onder de indruk van MIDNIGHT TERROR en kreeg ik toestemming om naast camera/montage een eigen afstudeerproject te regisseren.’

Dat werd BURP! Will noemt MIDNIGHT TERROR ‘de perfecte voorloper’ voor de film waarmee hij in 1986 afstudeerde. Over die film meer in een volgende aflevering van Nederhorror Herontdekt!

Heb jij ook een bijna vergeten, zelfgemaakte film – horror, sciencefiction of fantasy – en een verhaal dat je met ons en onze lezers wilt delen? Stuur een mail met daarin je telefoonnummer én de film zelf naar [email protected].

Copyright: Barend de Voogd. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Online gepubliceerd op 11 juli 2020.

Fan van horror, sci-fi en cult?

Neem een abonnement!

Ons magazine bevat nóg meer en staat vol interviews, recensies en achtergronden.
Voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat!
Liever digitaal ontvangen? Dat kan ook!