Op 17 augustus overleed Terence Stamp, 87 jaar oud. Zijn carrière omvatte zes decennia filmgeschiedenis, van de Swinging Sixties tot hedendaagse blockbusters. Voor de liefhebbers van genre- en cultcinema was hij bovenal een man van memorabele gezichten: een ontvoerder, een generaal, een geestverschijning.
De in 1938 in Londen geboren Stamp brak door met BILLY BUDD (1962), waarmee hij meteen een Oscarnominatie binnenhaalde. Maar het waren zijn latere omzwervingen door horror en sciencefiction die hem tot een icoon van Schokkend Nieuws-formaat maakten. In THE COLLECTOR (1965) gaf hij Freddie Clegg een kil, beklemmend gezicht: stille horror die tot op vandaag nasiddert. THE MIND OF MR. SOAMES (1970) toonde hem als een volwassen man met het brein van een kind in een ongemakkelijke sciencefictionfabel over menselijkheid en macht. In het curieuze Franse experiment HU-MAN (1975) was Stamp zowel acteur als proefpersoon in een toekomstfantasie. Inmiddels cult.
Zijn naam staat echter voor altijd gegrift als General Zod in SUPERMAN (1978) en (vooral) SUPERMAN II (1980). Met zijn vorstelijke stem en ijskoude blik belichaamde hij de archetypische supervillain: een schurk die grandeur en dreiging combineert. ‘Kneel before Zod’ werd popcultuurerfgoed.
Stamp bleef veelzijdig: van misdaadfilm (THE LIMEY, 1999) tot videogame-stem in Oblivion. Maar telkens keerde hij terug naar rollen waarin macht en mysterie centraal stonden. Op het scherm straalde hij iets uit wat niet te regisseren viel: een stille, onwrikbare intensiteit.
Met zijn dood verdwijnt een van de laatste bruggen tussen de gouden jaren van de Britse cinema en de werelden van horror, sciencefiction en cult. Een acteur die grootse films droeg, maar ook obscure experimenten glans gaf.
Lang leve General Zod.