Rutger hauer
Rutger hauer
Voorpret
27 september 2017

De Beste Rutgers

Rutger hauer VOORPRET | Vanaf volgende week in de bioscoop: BLADE RUNNER 2049! Maar: zonder Rutger! Misschien komt hij toch nog even voorbij, want zo in nebulas gehuld als BLADE RUNNER 2049 is een film maar zelden. Dus in afwachting en met stille hoop op een cameo zijn hier de 10 beste genrefims van Rutger.

Rugter heeft, in elk geval voor de Hollander, eigenlijk geen achternaam nodig.  In den beginne heette hij natuurlijk Floris. De antieke door Paul Verhoeven regisseerde ridderserie uit 1968 is voor de kijker van nu vooral geestig, maar het betekende wel zijn doorbraak. Een sloot andere Nederlandse films volgde, vrijwel allemaal memorabel.

Poezenstaart

Nooit genoemd, raar genoeg, is GRIJPSTRA EN DE GIER (1979), die heerlijke verfilming van Janwillem van de Wetering’s Het Lijk in de Haarlemmer Houttuinen door Wim Verstappen. Het is een film die regelmatig herbekeken zou moeten worden, al was het maar vanwege de perfecte chemie tussen Rutger en Rijk de Gooijer als onwaarschijnlijk, superontspannen politie-duo op jacht naar een moordenaar. Een poezenstaart is hierna nooit meer hetzelfde.

Op weg naar Blade Runner

Nog één gastrolletje in Paul Verhoevens SPETTERS (1980) en toen was Nederland echt te klein voor Hem. In zijn Hollywood-debuut NIGHTHAWKS (Bruce Malmuth, 1981) nam hij al een voorschot op wat hij in BLADE RUNNER zou vervolmaken: het volledig van het doek spelen van een beroemde tegenspeler. De film moest eigenlijk het eerste post-ROCKY succes worden van Sylvester Stallone, maar flopte jammerlijk. Jammer vooral, omdat Rutgers terrorist Wulfgar een villain is van grote klasse. Stallone had FIRST BLOOD (Ted Kotcheff, 1982) nodig om echt door te stoten tot de A-lijst, Rutger kreeg in hetzelfde jaar een betere film.

 

B.R.

Twee letters is genoeg, toch? ZIJN magnum opus, ‘tears in the rain’, geen woord meer is nodig. Roy Batty werd in één klap een sciencefiction-icoon. De befaamde –  schijnbaar geïmproviseerde – slotspeech werd een legendarische scène.

De wereld lag voor hem open, elke rol leek nu mogelijk. Alleen… Rutger is Rutger en die deed (en doet) lekker waar hij zelf zin in heeft. En dus:

Ingewikkeld GeLudlum

Tijdens een kleine peiling die ik onlangs in het café hield, kwam slechts één iemand op de proppen met de titel van Zijn volgende film. Iedereen wilde destijds meedoen aan THE OSTERMAN WEEKEND (1983), Sam Peckinpahs terugkeer als regisseur na een jarenlange strijd met dope en drank – Rutger kreeg de hoofdrol. Het spionageavontuur werd een schitterend ongeluk dat zelfs na tien herbekijkbeurten nog zo vaag is als wat – net als het gelijknamige boek van Robert Ludlum trouwens. Peckinpah stierf niet lang daarna, maar was Zijn Amerikaanse carrière hiermee ook in de knop gebroken?

Toch maar weer de boef

Rutger slalomde als held langs onder meer een wazige ecothriller (A BREED APART, Philippe Mora 1984) en een robuuste terugkeer naar zijn Floris-roots (LADYHAWKE, Richard Donner, 1985) om toch maar weer terug te keren naar The Dark Side. En hoe. Robert (wie?) Harmon’s THE HITCHER (1986) graaide de inspiratie links en rechts weg bij betere films, maar Rutgers duivelse lifter John Ryder brandde zich met gemak op het netvlies van de kijker. Het patatje. De truck. Wie ooit THE HITCHER zag, krijgt die scènes onmiddellijk weer voor de geest. Toch indrukwekkend voor een film die eigenlijk niet al te best is.

Spoiler!

Gary Sherman’s WANTED: DEAD OR ALIVE (1987) was het eerste voorteken dat Rutger de grote producties in de steek zou gaan laten voor, nou ja, wat goedkopere films. Eigenlijk alleen het bekijken waard vanwege het beruchte slotmoment waarin Zijn premiejager besluit dat die paar extra centen voor het levend overdragen van een bounty soms niet nodig zijn.

Seriemateriaal

De winnaar in de eerder genoemde semi-spontane kroegpeiling Beste Engelstalige Rutger Films Buiten Blade Runner. Met afstand. Waarom werd deze Zatoichi-variant geen serie? Rutgers blinde zwaardvechter in BLIND FURY (Philip Noyce, 1989) had toch minstens nog een keer zijn kunstje mogen vertonen? Het is pulp, het is simpel, het is geen meesterwerk, maar wie zegt niet te blijven hangen bij de zoveelste hervertoning van BLIND FURY op televisie is gewoon een leugenaar. Nice doggie!

Het Huis van Michael Caine

“I have never seen it but by all accounts it is terrible. However, I have seen the house that it built and it is terrific.” Was getekend: Michael Caine over JAWS: THE REVENGE (Joseph Sargent, 1987). Dat in huize Hauer de schoorsteen ook moest roken bewezen zijn film uit de jaren negentig. Merk op: het is nu ‘Hauer’ en ‘zijn’, want wat onze vriend in dat decennium presteerde verdient slechts een kanttekening. De Regenachtige-Zondagavond-Met-Een-Biertje award gaat dan toch maar naar SURVIVING THE GAME (Ernest R. Dickerson, 1994), want een film waarin meneer Hauer met trawanten als Gary Busey door de bossen jaagt op Ice-T heeft meer dan genoeg entertainmentwaarde, toch?

Cameotijd

Echt goed leek het daarna niet meer te komen, al dook Rutger in 2005 wel opeens op in twee back-to-back rolletjes in Grote Films. Zijn corporate baddie in BATMAN BEGINS (Christopher Nolan, 2005) valt te verwaarlozen, maar de oude brille kwam wel weer boven in SIN CITY, waarin hij reli-boef Cardinal Roark kort maar krachtig neerzette. Goed, het is geen BLADE RUNNER-monoloog, maar uit Zijn mond klinkt het goedpraten van Kevins kannibalengedrag bijjjjjna overtuigend.

En toch… we blijven hopen

Het is ploegen naar een pareltje in het latere oeuvre van Rutger Hauer. Wie dit jaar in de opening van het helaas geflopte VALERIAN AND THE CITY OF A THOUSAND PLANETS (Luc Besson, 2017) even met de ogen knipperde, miste de Meester en zijn oorbel. Toch gloorde er in 2011 heel even weer een lichtstraaltje hoop in de grote stroom bagger, letterlijk en figuurlijk. HOBO WITH A SHOTGUN (Jason Eisener, 2011) Met elke andere acteur in de titelrol was het waarschijnlijk niks geworden, maar Rutger flikte het om die totaal geflipte ‘title tells all’-film nog het aanzien waard te maken. Hij kán het dus nog wel. Wie weet dan toch in die hele kleine cameo in BLADE RUNNER 2049. Want hopen mag altijd.


Copyright Vincent Hoberg. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Online gepubliceerd op 27 september 2017.

Fan van horror, sci-fi en cult?

Neem een abonnement!

Ons magazine bevat nóg meer en staat vol interviews, recensies en achtergronden.
Voor slechts 35 euro valt-ie 6x per jaar op je mat!
Liever digitaal ontvangen? Dat kan ook!